How does ISL differ from ASL
How does ISL differ from ASL?
De wereld der doventalen is rijk en divers, en wordt vaak onterecht gezien als een monoliet. Voor de buitenstaander lijken gebarentalen universeel, maar in werkelijkheid zijn het volwaardige, natuurlijke talen met hun eigen unieke grammatica, lexicon en cultuur. Een veelgestelde vraag die deze diversiteit belicht, is het onderscheid tussen de International Sign Language (ISL) en de American Sign Language (ASL). Dit zijn twee fundamenteel verschillende systemen van communicatie.
American Sign Language (ASL) is de natuurlijke en dominante gebarentaal van de dovengemeenschappen in de Verenigde Staten en het grootste deel van Canada. Het is een complete taal met een complexe grammatica die onafhankelijk is van het gesproken Engels. ASL heeft zijn eigen woordenschat, idiomen en regionale dialecten, en is ontstaan uit een samensmelting van lokale gebaren en Franse Gebarentaal (LSF) in de 19e eeuw. Het is de moedertaal van vele dove Amerikanen en een centraal onderdeel van de Dove cultuur.
Daarentegen is International Sign (IS), vaak ISL genoemd, geen natuurlijk ontwikkelde moedertaal. Het is eerder een gebruikstaal of een lingua franca, voornamelijk gebruikt in internationale settings zoals conferenties, bijeenkomsten van de Werelddovenfederatie (WFD) of op reis. IS is gestandaardiseerd en put uit een kernwoordenschat van lexicale gebaren uit verschillende nationale gebarentalen, ondersteund door een sterke nadruk op iconische gebaren, classificatoren, mimiek en ruimtelijke grammatica om de boodschap zo duidelijk mogelijk over te brengen aan een divers publiek.
Het cruciale verschil ligt dus in de oorsprong en functie: ASL is een diepgewortelde nationale gebarentaal met een eigen taalgemeenschap en historie, terwijl IS een opzettelijk geconstrueerd internationaal communicatiemiddel is, ontworpen voor wederzijds begrip tussen gebruikers van verschillende gebarentalen. Het begrijpen van dit onderscheid is essentieel om de linguïstische identiteit van dove gemeenschappen wereldwijd te respecteren.
Hoe verschilt ISL van ASL?
Hoewel zowel Irish Sign Language (ISL) als American Sign Language (ASL) natuurlijke, volwaardige talen zijn, verschillen ze fundamenteel van elkaar. Ze zijn niet onderling verstaanbaar en hebben aparte oorsprongen, structuren en lexicon.
De belangrijkste scheidslijn ligt in hun taalfamilie. ISL behoort tot de Franse Gebarentaalfamilie. Dit komt door de invloed van de Franse dovenonderwijzer Charles-Michel de l'Épée, wiens methodes in de 19e eeuw werden geïntroduceerd op de eerste Ierse dovenscholen. ASL stamt ook grotendeels af van de Franse Gebarentaal (Langue des Signes Française, LSF), die in de vroege 19e eeuw naar Amerika werd gebracht door Thomas Hopkins Gallaudet en de Franse dove leraar Laurent Clerc.
Desondanks hebben de talen zich volledig onafhankelijk ontwikkeld. Een opvallend grammaticaal verschil is de gebruikte ruimte. ISL maakt vaak gebruik van een zogenaamd "bilateraal" ruimtelijk systeem. Bij het beschrijven van een dialoog of interactie tussen twee personen, positioneert de gebaarder deze personen links en rechts voor zich. ASL gebruikt daarentegen vaker een "gezicht-gericht" systeem, waarbij de gebaarder zelf de rollen aanneemt door middel van lichaamsrotatie en blikrichting.
Ook de woordvolgorde (syntaxis) toont duidelijke verschillen. ISL heeft een meer vaste woordvolgorde die vaak overeenkomt met de Engelse zinstructuur (Subject-Verb-Object). ASL heeft een eigen, flexibele grammatica die bijvoorbeeld onderwerp, tijd en onderwerp vaak voorafgaat aan het hoofdwerkwoord.
Het lexicon, de gebarenschat, is grotendeels uniek. Het gebaar voor "huis" of "school" ziet er in elke taal anders uit. Een historisch interessante uitzondering is het alfabet: ISL gebruikt een eenhandig vingerspellen, terwijl ASL een eenhandig alfabet heeft. Dit komt omdat het Ierse eenhandige alfabet is ontwikkeld uit een ouder Frans eenhandig alfabet, dat ook de voorloper was van het ASL-alfabet.
Kortom, ISL en ASL zijn twee verschillende talen met een gedeelde historische invloed, maar met eigen grammaticale regels, gebaren en culturele identiteit. Een gebruiker van de ene taal kan de andere niet spontaan verstaan.
Verschillen in handvormen en het vingerspellen
Een fundamenteel verschil tussen ISL en ASL is te vinden in de basis-handvormen (parameters) waaruit de gebaren zijn opgebouwd. ISL gebruikt een ander en vaak uitgebreider repertoire van handvormen. Een duidelijk voorbeeld is het gebaar voor de letter 'T'. In ASL wordt deze gevormd door een vuist met de duim tussen wijs- en middelvinger. In ISL daarentegen gebruikt men een open hand met de duim tegen de zijkant van de wijsvinger, een vorm die in ASL niet als standaardparameter voorkomt.
Het vingerspellen, het spellen van woorden letter voor letter met de hand, vertoont eveneens opvallende verschillen. ASL gebruikt een eenhandig alfabet waarbij bijna alle letters statisch worden gevormd met één hand. ISL maakt gebruik van een uitgebreider en dynamischer systeem. Verschillende letters in het Ierse vingerspellen vereisen beweging, zoals de letter 'J' die een boog maakt. Bovendien worden sommige medeklinkers in ISL met twee handen gevormd, wat in het Amerikaanse systeem niet voorkomt.
Deze verschillen in handvormen hebben een directe impact op de uitvoering van gebaren, zelfs wanneer de betekenis hetzelfde is. Het gebaar voor 'vader' of 'moeder' kan in beide talen een vergelijkbaar concept uitdrukken, maar de specifieke handvorm en plaatsing verschillen vaak wezenlijk. Dit maakt dat de visuele 'grammatica' van de gebaren zelf voor een ander totaalbeeld zorgt.
De oorzaak van deze divergentie is historisch. ISL is niet afgeleid van ASL, maar heeft zijn eigen ontwikkeling doorgemaakt, beïnvloed door lokale Ierse gebarentradities en later door Franse Gebarentaal (LSF). ASL heeft eveneens sterke wortels in LSF, maar de twee talen zijn daarna eeuwenlang geïsoleerd van elkaar geëvolueerd, wat leidde tot de ontwikkeling van unieke handvormen en een eigen vingerspelalfabet.
Grammaticale structuur en zinsopbouw
De grammaticale kern van ASL volgt een specifieke basisvolgorde: Onderwerp - Tijd - Voorwerp - Werkwoord. Bijvoorbeeld, "Ik gisteren een boek kopen." Deze vaste structuur is fundamenteel. ASL maakt ook uitgebreid gebruik van ruimtelijke grammatica door middel van classifiers (CL) om vorm, locatie en beweging van objecten te beschrijven, en richt zich vaak op het onderwerp van de zin als uitgangspunt.
ISL daarentegen heeft een meer flexibele woordvolgorde, die vaak de volgorde van het gesproken Nederlands (Onderwerp - Werkwoord - Voorwerp) kan benaderen, maar met belangrijke visuele aanpassingen. Een kenmerkend grammaticaal element in ISL is het gebruik van herhaling en intensiteit door middel van temporele aspectmarkering. Dit betekent dat de snelheid, herhaling of duur van een gebaar zelf de tijd of het aspect van de actie uitdrukt, in plaats van een apart tijdsgebaar.
Een cruciaal verschil ligt in de vraagvorming. In ASL staan vraagwoorden (wie, wat, waar) meestal aan het einde van de zin, vergezeld van een specifieke gezichtsuitdrukking. In ISL worden deze vraagwoorden typisch aan het begin van de zin geplaatst, wat een directere invloed van de Nederlandse zinsstructuur laat zien.
Ook de ontkenning wordt anders gevormd. ASL plaatst het ontkenningsgebaar (bijv. NIET) na het werkwoord en gebruikt een stevige hoofdbeweging. ISL gebruikt vaak een specifiek negatief gebaar aan het begin of einde van de zin, gecombineerd met een ontkennende gezichtsbeweging, maar de plaatsing is minder strikt gebonden dan in ASL.
Beide talen gebruiken ruimte voor referentie (het toewijzen van locaties aan personen of zaken), maar de systemen en de consistentie waarmee dit wordt toegepast kunnen verschillen. ISL maakt, mede door zijn jongere standaardisatie, soms gebruik van een meer transparante of beschrijvende gebaarstructuur die dichter bij de Nederlandse concepten staat, terwijl ASL een hogere mate van linguïstische iconiciteit in zijn grammatica heeft geïntegreerd.
Non-manuele signalen en gezichtsexpressie
Het verschil tussen ISL en ASL wordt misschien wel het meest cruciaal in het gebruik van non-manuele signalen (NMS). Dit zijn grammaticale en expressieve elementen die niet met de handen worden gevormd, maar met het gezicht, het hoofd en de bovenlichaamshouding. Zowel ISL als ASL maken hier intensief gebruik, maar de specifieke toepassing en betekenis kunnen sterk verschillen.
In beide talen zijn gezichtsexpressies verreweg het belangrijkste non-manuele element. Ze hebben twee primaire functies:
- Het tonen van emotie en affect, net zoals bij gesproken talen.
- Het markeren van grammaticale structuren, wat uniek is voor gebarentalen.
Een fundamenteel verschil ligt in de grammaticale rol. In ASL zijn specifieke gezichtsbewegingen vaak verplicht om een vraagtype te vormen:
- Een vraag die met "ja" of "nee" beantwoord wordt, vereist opgetrokken wenkbrauwen, wijdopen ogen en een licht voorover gebogen hoofd.
- Een vraag met een vraagwoord (wie, wat, waar) vereist fronsende wenkbrauwen, samengetrokken ogen en een licht voorover gebogen hoofd.
In ISL is dit systeem minder rigide en vaak subtieler. Ja/nee-vragen worden vooral gemarkeerd door een opwaartse kinbeweging en een vragende blik, terwijl vraagwoordvragen vaker worden aangegeven door het vraagteken aan het einde van de zin of een specifieke hoofdkanteling. De gezichtsexpressie ondersteunt dit, maar is niet altijd de enige grammaticale marker.
Ook bij ontkenning zien we een duidelijk onderscheid. In ASL wordt ontkenning vaak benadrukt door hoofdschudden tijdens het gebaar voor "niet" of "geen". In ISL wordt ontkenning vaker uitgedrukt door een combinatie van een specifieke mondbeweging (de "mm"-vorm, waarbij de lippen gesloten zijn) en een kleine hoofdbeweging, soms zonder expliciet hoofdschudden.
Mondbewegingen vormen een ander essentieel contrast. In ASL zijn veel mondbewegingen "geleend" van het gesproken Engels, zoals het mondbeeld "cha" voor "heel groot" of "th" voor "zorgeloos". Dit zijn niet-gesproken klanken die lexicale betekenis dragen. In ISL komen dergelijke mondbeelden van het Engels niet voor. ISL gebruikt wel mondbeelden, maar deze zijn ofwel gebaseerd op het gesproken Nederlands of Iers-Engels (zoals "pah" voor "eindelijk"), of zijn puur gebarentaal-specifiek. De monding ondersteunt hier vooral het gebaar zelf, in plaats van een aparte lexicale laag toe te voegen.
Concluderend: waar non-manuele signalen in ASL vaak een verplichte, gestandaardiseerde grammaticale rol hebben, functioneren ze in ISL meer als een integrale, maar soms flexibelere ondersteunende laag. De expressie is in beide talen even rijk, maar de grammaticale "regels" voor het gezicht verschillen wezenlijk.
Veelgestelde vragen:
Is het waar dat ISL en ASL totaal verschillende talen zijn, ook al gebruiken beide handen en gebaren?
Ja, dat klopt. Ierse Gebarentaal (ISL) en Amerikaanse Gebarentaal (ASL) zijn aparte en onafhankelijke talen. Ze hebben elk hun eigen grammatica, woordenschat en zinsstructuur. Een belangrijk historisch verschil is dat ISL grotendeels is ontstaan uit Franse Gebarentaal (LSF), terwijl ASL sterke invloeden heeft van zowel LSF als oudere lokale gebarensystemen. Hoewel ze allebei visueel-manuele talen zijn, zou een gebruiker van ISL een gesprek met een gebruiker van ASL niet kunnen volgen zonder voorafgaande instructie. Het is vergelijkbaar met hoe gesproken Engels en Duits beide Germaanse talen zijn die het Latijnse alfabet gebruiken, maar onderling niet verstaanbaar zijn.
Zijn er concrete voorbeelden van gebaren die anders zijn in ISL en ASL?
Zeker. Neem het gebaar voor 'school'. In ASL klappen beide handpalmen tegen elkaar alsof je een boek sluit. In ISL tik je met de vingertoppen van de ene hand op de bovenkant van de andere hand, wat verwijst naar de traditionele rol van de religieuze orde (Christian Brothers) in het Ierse onderwijs. Ook het gebaar voor 'broer' verschilt: ASL gebruikt een gebaar bij het voorhoofd, terwijl ISL een gebaar maakt bij de kin. Deze verschillen tonen hoe cultuur en geschiedenis de woordenschat van een gebarentaal direct vormen.
Heeft de Ierse Gebarentaal een officiële status, net zoals ASL dat in veel Amerikaanse staten heeft?
Ja, de status van ISL is sinds 2017 wettelijk erkend in Ierland. Deze erkenning geeft gebruikers het recht om ISL te gebruiken in contact met overheidsdiensten en rechtbanken. Het betekent ook steun voor het onderwijs en het behoud van de taal. In de Verenigde Staten heeft ASL geen federale erkenning als officiële taal, maar het wordt wel erkend als volwaardige taal in het onderwijs en is in veel staten erkend voor het vervullen van vreemdetaaleisen op scholen. De wettelijke erkenning van ISL in Ierland is dus relatief nieuw en specifiek voor dat land.
Vergelijkbare artikelen
- What are the different types of navigation
- What are the different types of snorkels
- What is the difference between captain and club captain
- What is the difference between a kickboard and a pullkick
- How many different types of swimming are there
- What is the difference between aqua jogging and swimming
- What is the difference between en dehors and en dedans
- What is the difference between ASL and ISL
Recente artikelen
- Hoe vaak moet ik het water in mijn hottub verschonen
- Wat is de beste sport tegen stress
- How to buy Spain football tickets
- In welke staat kun je het beste zwemmen
- Aquasporten voor drukke vrouwen
- Is koud water goed voor herstel
- Welke conditietraining is het beste voor ouderen
- Hoe herstel je na het verliezen van je baan
