What is the difference between ASL and ISL

What is the difference between ASL and ISL

Verschillen Tussen Amerikaanse en Internationale Gebarentaal Grammatica en Cultuur



Wanneer mensen denken aan gebarentaal, gaan ze er vaak ten onrechte van uit dat er één universele taal voor doven en slechthorenden bestaat. De realiteit is echter dat gebarentalen, net als gesproken talen, natuurlijk zijn ontstaan binnen specifieke gemeenschappen en unieke linguïstische structuren hebben ontwikkeld. Ze zijn niet mondiaal, maar nationaal of regionaal gebonden. Twee van de meest bekende voorbeelden hiervan zijn de American Sign Language (ASL) en de Indian Sign Language (ISL).



ASL, gebruikt in de Verenigde Staten en grote delen van Canada, vindt zijn oorsprong in een samensmelting van lokale gebaren en de Franse Gebarentaal (LSF) in de 19e eeuw. Het is een volledig ontwikkelde taal met een eigen grammatica, syntaxis en idioom, die radicaal verschilt van het gesproken Engels. ISL daarentegen is de dominante gebarentaal in India, een land met een enorme taalkundige en culturele diversiteit. De ontwikkeling van ISL is complex en wordt beïnvloed door verschillende regionale varianten en de historische aanwezigheid van scholen voor doven.



Het fundamentele verschil ligt dus niet alleen in de gebaren zelf, maar in de onderliggende linguïstische architectuur. De grammatica, zinsopbouw, gebruik van ruimte en gezichtsuitdrukkingen kunnen sterk uiteenlopen. Een spreker van ASL zal ISL niet spontaan begrijpen, en omgekeerd. Deze talen zijn even verschillend als Nederlands en Hindi. Het bestuderen van de verschillen tussen ASL en ISL biedt een fascinerend inzicht in hoe dove gemeenschappen over de hele wereld onafhankelijk van elkaar rijke en complexe talen hebben gecreëerd.



Wat is het verschil tussen ASL en ISL?



ASL (American Sign Language) en ISL (Irish Sign Language) zijn twee volledig zelfstandige en natuurlijke talen. Ze behoren tot verschillende taalfamilies en zijn niet onderling verstaanbaar. Het belangrijkste verschil is dat ze in verschillende landen zijn ontstaan, met eigen historische en culturele invloeden.



De kernverschillen zijn:





  • Taalfamilie en oorsprong: ASL is grotendeels voortgekomen uit de Franse Gebarentaal (LSF) in de 19e eeuw. ISL heeft een unieke oorsprong, beïnvloed door Franse Gebarentaal maar ook sterk gevormd door dovenonderwijs in Ierland sinds de jaren 1840.


  • Grammatica en structuur:



    • ASL gebruikt een sterk ruimtelijke grammatica met specifieke gezichtsuitdrukkingen en bewegingen om tijd, vraag en nadruk aan te geven.


    • ISL heeft een eigen unieke grammatica, waaronder een kenmerkend gebruik van het alfabet met twee handen voor het spellen van bepaalde woorden en een ander systeem voor werkwoordvervoeging.






  • Handalfabet: Dit is een zeer zichtbaar verschil. ASL gebruikt een eenhandig alfabet. ISL gebruikt een alfabet met twee handen, vergelijkbaar met het Britse handalfabet (BSL).


  • Lexicon (woordenschat): De gebaren voor dezelfde concepten zijn meestal totaal anders. Het gebaar voor "huis" of "broer" verschilt volledig tussen ASL en ISL.




Een belangrijk punt is de relatie met andere gebarentalen. ASL is de basis voor een taalfamilie die talen in landen als Canada en delen van Afrika omvat. ISL staat volledig los van de Britse Gebarentaal (BSL), ondanks de geografische nabijheid, en heeft geen directe verwantschap met ASL.



Samengevat: een ASL-gebruiker en een ISL-gebruiker zullen elkaar niet kunnen verstaan zonder expliciete studie van de andere taal, net zoals een Nederlandssprekende en een Italiaanssprekende dat niet kunnen.



Verschillen in handvormen en vingerspelling



Verschillen in handvormen en vingerspelling



Een fundamenteel verschil tussen ASL en ISL is te vinden in het alfabet. ASL gebruikt een eenhandig alfabet, waarbij alle 26 letters worden gevormd met één hand. ISL gebruikt daarentegen een tweehandig alfabet, grotendeels gebaseerd op het Britse tweehandom (BSL). De handvorm voor de letter 'T' is in ASL bijvoorbeeld een vuist met de duim tussen wijs- en middelvinger, terwijl dit in ISL een gebaar is waarbij de palm van de ene hand met de vingers omhoog wordt aangetikt door de wijsvinger van de andere hand.



Deze keuze heeft een directe invloed op de vingerspelling. Vingerspellen in ASL is dynamisch en kan snel worden uitgevoerd met een enkele hand in de lucht. In ISL vereist vingerspellen de coördinatie van beide handen en vindt het vaak plaats in een vaste ruimte voor het lichaam. Het tempo en het visuele karakter verschillen hierdoor aanzienlijk.



Ook buiten het alfabet zijn verschillen in handvormen alomtegenwoordig. Veel basisgebaren gebruiken andere uitgangsvormen. Het gebaar voor 'huis' is in ASL een combinatie van twee handen die een dak en muren vormen. In ISL wordt 'huis' vaak gemaakt door met vlakke handen een driehoekig dak te vormen, gevolgd door het aanduiden van de muren, een sequentieel gebaar.



Bovendien hebben de talen verschillende voorkeuren voor het gebruik van de handen. ASL maakt frequent gebruik van asymmetrische tweehandige gebaren, waarbij de dominante hand beweegt op een statische niet-dominante hand (basishand). ISL gebruikt vaker symmetrische tweehandige bewegingen, waarbij beide handen dezelfde actie en vorm spiegelen, zoals bij het gebaar voor 'broer' of 'zus'.



Grammaticale structuur en zinsopbouw



Grammaticale structuur en zinsopbouw



De grammaticale kern van ASL en ISL verschilt fundamenteel. ASL volgt over het algemeen een specifieke woordvolgorde: Onderwerp - Voorwerp - Werkwoord (OVW). Een zin als "Ik appels eet" is typisch. Deze structuur is losser dan in het Engels, maar de volgorde blijft een cruciale grammaticale pijler.



ISL daarentegen gebruikt vaak een Topic-Comment structuur. Het onderwerp (het topic) wordt eerst geïdentificeerd, vaak met een specifieke gezichtsuitdrukking of een kleine pauze, waarna een commentaar volgt. Een zin begint dus met "Appels, ik eet ze". Deze benadering legt de focus eerst op het hoofdonderwerp van de conversatie.



Een ander groot verschil ligt in het gebruik van ruimte voor grammatica. Beide talen gebruiken ruimte, maar op verschillende manieren. In ASL worden werkwoorden en voornaamwoorden sterk gemodificeerd door richting en locatie. Een werkwoord beweegt van de locatie van het onderwerp naar die van het voorwerp, waardoor de zin "Ik help jou" in één gebaar kan.



ISL gebruikt ruimte ook voor werkwoorden en referenties, maar kent een sterke voorkeur voor het gebruik van classificerende handvormen. Deze handvormen vertegenwoordigen een heel zelfstandig naamwoord (bijvoorbeeld een persoon, voertuig of vlak oppervlak) en hun beweging en plaatsing in de ruimte beschrijven de actie en relaties uiterst gedetailleerd, vaak zonder een apart werkwoordgebaren.



Ook vraagconstructies tonen verschil. Bij ja/nee-vragen gebruikt ASL een wenkbrauwomhoog, hoofd voorover en vasthouden van de laatste gebaren. ISL gebruikt voor dezelfde vragen vooral een specifieke vraag-uitdrukking met samengeknepen ogen en een lichte hoofdkanteling, minder afhankelijk van de gebarenvolgorde.



Tot slot is negatie anders gestructureerd. In ASL komt het ontkennende gebaar (zoals NIET of NOOIT) meestal aan het einde van de zin. In ISL wordt de negatie typisch direct na het onderwerp of het werkwoord geplaatst, en wordt deze vaak benadrukt met een stevig hoofdschudden gedurende het hele negatieve deel van de zin.



Gebruik van gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal



Gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding zijn in alle gebarentalen grammaticale componenten, niet slechts emotionele toevoegingen. Ze fungeren als intonatie, leestekens en werkwoordsvervoeging. Het verschil tussen ASL en ISL ligt in de specifieke toepassing en de mate van gebruik.



In de Amerikaanse Gebarentaal (ASL) zijn gezichtsuitdrukkingen cruciaal voor grammaticale functies. De bewegingen van de wenkbrauwen, ogen, mond en hoofd geven vraagtypes aan, markeren onderwerpgebieden en modificeren werkwoorden. Een vraag die begint met "wie", "wat", "waar" vereist gefronste wenkbrauwen, terwijl een ja/nee-vraag opgetrokken wenkbrauwen vereist. Lichaamstaal, zoals het kantelen van de romp of het verschuiven van gewicht, wordt gebruikt om rollen te wisselen in een dialoog of om locaties in de ruimte aan te duiden.



De Ierse Gebarentaal (ISL) maakt eveneens intensief gebruik van deze niet-manuele signalen, maar met enkele opvallende kenmerken. Gezichtsuitdrukkingen in ISL zijn vaak subtieler en ingetogener, een reflectie van bredere culturele communicatienormen. Een uniek aspect is het gebruik van de mond. Naast mondbeeld (het duidelijk vormen van een woord zonder stem) gebruikt ISL een systeem van mondpatronen die specifieke grammaticale of adjectivische informatie geven, en dit systeem verschilt aanzienlijk van dat in ASL.























FunctieASL (Amerikaanse Gebarentaal)ISL (Ierse Gebarentaal)
Grammaticale rolIntensief gebruik voor vraagtypes, topicalisatie en werkwoordsaspect.Eveneens intensief, maar vaak met subtielere fysieke expressie.
MondgebruikVoornamelijk mondbeeld (lexicale informatie) en enkele grammaticale mondpatronen.Uitgebreid systeem van grammaticale mondpatronen die adjectieven, intensiteit of specificatie aangeven.
LichaamsoriëntatieVerschuivingen duiden verschillende sprekers of locaties aan in een verhaal.Vergelijkbaar gebruik, maar kan gecombineerd worden met specifieke blikrichtingen en hoofdkantelingen.
Culturele stijlExpressie is over het algemeen krachtig en duidelijk zichtbaar.Expressie is vaak ingetogener en genuanceerder, met nadruk op de ogen en mond.


Concluderend zijn niet-manuele signalen in beide talen onmisbaar voor correcte grammatica. Het verschil is een kwestie van nuance en systeem. Waar ASL een breed, krachtig gebaar gebruikt, kan ISL dezelfde grammaticale informatie overbrengen met een subtiele beweging van de ogen of een specifiek mondpatroon. Deze verschillen onderstrepen dat gebarentalen volwaardige, van elkaar onafhankelijke talen zijn met hun eigen regels.



Regionale varianten en invloed van gesproken taal



Zowel ASL als ISL zijn op zichzelf staande talen met hun eigen interne variatie. De regionale verschillen binnen elke taal tonen aan hoe de omringende gesproken gemeenschap en geografie de gebarentaal beïnvloeden, ondanks hun volledige onafhankelijkheid als linguïstische systemen.



Binnen de Amerikaanse Gebarentaal (ASL) bestaan duidelijke regionale accenten en lexiconverschillen. Zo kan het concept 'verjaardag' of 'Halloween' in verschillende staten met verschillende gebaren worden uitgevoerd. Deze variatie is vaak een erfenis van historische dovenscholen, die als regionale knooppunten fungeerden en hun eigen gebarenvarianten verspreidden. De invloed van het gesproken Engels is indirect, maar merkbaar in bijvoorbeeld de volgorde van fingerspelling (het spellen met de vingers) of de keuze voor geïnitialiseerde gebaren, waar de handvorm de eerste letter van het Engelse woord weergeeft.



Indiase Gebarentaal (ISL) vertoont een veel grotere mate van lexicale variatie tussen steden en regio's, zoals tussen Delhi, Mumbai en Kolkata. Deze diversiteit weerspiegelt de immense linguïstische verscheidenheid van het Indiase subcontinent. De invloed van de omringende gesproken talen (Hindi, Tamil, Bengaals, etc.) is complexer. ISL blijft grammaticaal volledig gescheiden, maar bepaalde concepten of cultureel specifieke items kunnen gebaren vertonen die zijn afgeleid van lokale gebaren of symbolische systemen. Het ontbreken van een lange, gecentraliseerde onderwijstraditie heeft deze regionale ontwikkeling verder bevorderd.



Het cruciale verschil ligt in de schaal en aard van de invloed. Bij ASL is de dominante invloed één gesproken taal (Engels) in een relatief gestandaardiseerde context. Bij ISL is er een veelvoud aan gesproken talen en culturen die een diffuser, indirect effect hebben op de lexiconontwikkeling in verschillende gebieden. Beide talen bewijzen dat gebarentalen levend en adaptief zijn, waarbij regionale identiteit zich vormt binnen de visueel-ruimtelijke grammatica, niet door gesproken syntax te kopiëren.



Veelgestelde vragen:



Is gebarentaal universeel? Is ASL hetzelfde als ISL?



Nee, gebarentalen zijn niet universeel. ASL (American Sign Language) en ISL (Irish Sign Language) zijn twee volledig verschillende talen met hun eigen grammatica, woordenschat en cultuur. ASL wordt vooral in de Verenigde Staten en delen van Canada gebruikt en vindt zijn oorsprong in een mix van oud Frans gebarentaal en lokale gebaren. ISL wordt in Ierland gebruikt en is historisch meer verbonden met Franse gebarentaal, maar heeft zich geheel zelfstandig ontwikkeld. Een gebaar voor "huis" of "familie" ziet er in elke taal anders uit. Het is vergelijkbaar met hoe gesproken Engels en Iers verschillend zijn.



Ik zie dat zowel ASL als ISL een handalfabet gebruiken. Zijn die dan wel hetzelfde?



Ook de handalfabetten verschillen. ASL gebruikt een eenhandig alfabet met 26 gebaren voor het Engelse alfabet. ISL daarentegen gebruikt een tweehandig alfabet. Dit alfabet is gebaseerd op het Britse handalfabet (BSL) en heeft voor elke letter een specifieke vorm met beide handen. Daardoor ziet het er visueel heel anders uit. Het gebruik van een een- of tweehandig alfabet is een van de meest direct zichtbare verschillen tussen gebarentalen wereldwijd.



Heeft de geschiedenis invloed gehad op hoe ASL en ISL zich hebben gevormd?



Ja, de geschiedenis is bepalend geweest. ASL ontstond in de 19e eeuw na de komst van de Franse leraar Laurent Clerc naar de Verenigde Staten. Zijn Franse Gebarentaal vermengde zich met lokale gebaren. ISL heeft ook Franse invloeden, maar kwam vooral tot ontwikkeling binnen het Ierse onderwijs voor dove kinderen. Een belangrijk punt is dat ISL lange tijd verboden was in scholen ten gunste van liplezen en gesproken Engels. Dit "mondige" beleid heeft de taal en gemeenschap diepgaand beïnvloed, terwijl ASL in Amerika relatief meer ruimte kreeg in dove scholen. Deze aparte ontwikkelingswegen leiden tot verschillende talen.



Als ik ASL leer, kan ik dan met dove Ieren communiceren?



De communicatie zal zeer beperkt zijn. Omdat de talen een andere structuur en woordenschat hebben, is het alsof een Nederlander zonder kennis van Iers probeert te praten met een Ierse spreker. Enkele gebaren kunnen toevallig op elkaar lijken, maar begrip van zinnen is niet mogelijk. Dove Ieren gebruiken ISL. Wel is Engels de dominante geschreven taal in Ierland, dus schriftelijke communicatie is een optie. Voor echte interactie binnen de Ierse Dovengemeenschap is leren van ISL nodig.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen