What is the difference between en dehors and en dedans

What is the difference between en dehors and en dedans

En Dehors en En Dedans Het Onderscheid in Balletbewegingen



In de wereld van het klassiek ballet zijn en dehors en en dedans fundamentele en onmisbare termen. Zij beschrijven de richting van een rotatie, draaiing of beweging van een ledemaat – meestal een been – ten opzichte van het lichaam. Het begrijpen van dit onderscheid is niet slechts een kwestie van technische kennis; het is de sleutel tot zuivere, correcte en veilige uitvoering van bijna elke oefening aan de barre en in het midden.



De termen zijn Frans, de taal van het ballet, en hun betekenis is letterlijk ruimtelijk: en dehors betekent "naar buiten" en en dedans betekent "naar binnen". Dit "naar buiten" en "naar binnen" verwijst naar de relatieve beweging ten opzichte van de verticale as van het lichaam. Een beweging en dehors start van het lichaam af en draait eromheen weg, terwijl een beweging en dedans naar het lichaam toe begint en eromheen naar binnen draait.



Deze richtingsbepaling is absoluut cruciaal. Een pirouette, een rond de jambe, of een fouetté heeft altijd een specifieke richting: dehors of dedans. Het verkeerd toepassen ervan leidt niet alleen tot een fout in de choreografie, maar verstoort ook de lichaamslijn, het evenwicht en de mogelijke momentum. Het beheersen van beide richtingen is wat de danser volledige controle en veelzijdigheid geeft, en stelt hem of haar in staat om de ruimte op alle mogelijke manieren te doorkruisen.



Wat is het verschil tussen en dehors en en dedans?



De termen en dehors en en dedans zijn fundamenteel in het klassieke ballet en beschrijven de richting van een draaiende beweging, meestal van het been in relatie tot het lichaam. Het kernverschil ligt in de richting: en dehors is een beweging naar buiten, weg van het midden van het lichaam, terwijl en dedans naar binnen, naar het midden van het lichaam toe is.



Bij en dehors (Frans voor "naar buiten") beweegt het been van voor naar achter in een cirkelvormige beweging, of draait het van het lichaam af. Bij een rond de jambe en l'air en dehors tekent de voet bijvoorbeeld een cirkel in de lucht, beginnend naar voren, zijwaarts en eindigend naar achteren. Deze richting is essentieel voor de open, uitstralende houding die kenmerkend is voor het klassieke ballet.



Bij en dedans (Frans voor "naar binnen") is de richting precies omgekeerd. Het been beweegt van achter naar voor, of draait naar het lichaam toe. Diezelfde rond de jambe en l'air maar dan en dedans begint naar achteren, gaat zijwaarts en eindigt naar voren. Deze beweging voelt vaak meer "sluitend" of naar het centrum toe gericht.



De richting is van cruciaal belang bij pirouettes en andere draaien. Een pirouette en dehors draait weg van het standbeen (bijv. rechtervoet op de vloer, draai naar rechts), terwijl een pirouette en dedans naar het standbeen toe draait (rechtervoet op de vloer, draai naar links).























































KenmerkEn DehorsEn Dedans
Vertaling / RichtingNaar buiten, weg van het lichaam.Naar binnen, naar het lichaam toe.
Richting bij een cirkel (rond de jambe)Van voren → zijwaarts → achteren.Van achteren → zijwaarts → voren.
Gevoel & UitstralingOpen, presenteren, naar het publiek toe.Sluitend, naar het centrum toe gericht.
Voorbeeld bij een pirouetteDraait weg van het standbeen.Draait naar het standbeen toe.


Het beheersen van beide richtingen is essentieel voor een complete, gebalanceerde techniek. Ze trainen verschillende spiergroepen en zorgen voor de harmonie en veelzijdigheid die vereist is in balletchoreografie. Een correcte uitvoering begint altijd met een sterke, correct geplaatste turn-out van de heupen.



De basisrichting: draaien van het been weg van of naar het lichaam toe



De kern van het onderscheid tussen en dehors en en dedans ligt in de rotatierichting van het been in de heupkom. Deze richting is absoluut en altijd gedefinieerd ten opzichte van de verticale as van het lichaam. Het is de fundamentele bewegingsrichting waarop talloze oefeningen aan de barre en in het midden zijn gebaseerd.



En dehors betekent letterlijk "naar buiten". Hierbij draait het been vanuit de heup naar buiten weg van de middellijn van het lichaam. Bij een correcte en dehors-draaiing wijzen knie, scheenbeen en voet in dezelfde externe richting, waarbij het been naar buiten wordt gedraaid alsof het een kurkentrekker is. Deze rotatie is essentieel voor de klassieke houding en maakt bewegingen naar opzij mogelijk.



En dedans betekent daarentegen "naar binnen". Dit is de omgekeerde beweging: het been draait vanuit de heup naar binnen, richting de middellijn van het lichaam. Hierbij bewegen knie en voet naar binnen toe, in de richting van het standbeen. Deze richting is complementair aan en dehors en is vaak de teruggaande beweging of de voorbereiding voor een volgende actie.



Een praktisch ankerpunt is het standbeen. Wanneer het werkbeen een beweging en dehors maakt, draait het weg van het standbeen. Maakt het een beweging en dedans, dan draait het juist naar het standbeen toe. Deze relatie maakt de richtingen duidelijk, zelfs wanneer het lichaam in beweging is.



Het is cruciaal te begrijpen dat deze rotaties starten in de heupgewrichten en niet in de knieën of enkels. Een geforceerde draaiing elders leidt tot incorrecte techniek en blessures. De bewegingsrichting blijft consistent, of het been nu gestrekt is in een battement of gebogen in een rond de jambe.



Hoe je de beweging herkent in een pirouette



Hoe je de beweging herkent in een pirouette



Het cruciale verschil tussen en dehors en en dedans ligt in de initiële bewegingsrichting van het standbeen voordat het lichaam omhoog draait. Deze richting bepaalt of de pirouette naar buiten of naar binnen open is.



Bij een pirouette en dehors begint de beweging met een rond de jambe van voren naar achteren. Het been dat de beweging inzet (het werkbeen) opent vanuit een positie voor het lichaam (bijvoorbeeld vanuit eerste of vijfde positie) in een wijde cirkel naar de zij- en achterkant, terwijl het standbeen recht blijft. Deze openende, naar buiten gerichte beweging creëert het momentum voor de draai. Je herkent een pirouette en dehors aan deze initiële 'openende' actie weg van het lichaam.



Bij een pirouette en dedans is de initiële beweging precies omgekeerd: een rond de jambe van achteren naar voren. Het werkbeen start vanuit een achterwaartse positie en beweegt in een cirkel langs de zijkant naar voren, alsof het naar het lichaam toe trekt. Deze naar binnen halende beweging genereert de draaikracht. Het signaal voor een pirouette en dedans is deze eerste 'sluitende' actie richting de lichaamsas.



De richting van de uiteindelijke draai zelf is hetzelfde voor beide: de danser draait in de richting van het standbeen. Het onderscheid zit hem dus volledig in de voorbereidende beweging van het werkbeen. Let daarom altijd op het eerste traject van het voetwerk: opent het been zich naar achteren (en dehors) of sluit het zich naar voren (en dedans)? Dit is de sleutel tot herkenning.



De beenactie in battement tendu en relevé



De battement tendu en relevé is een geavanceerde variant die het fundamentele strekken van de voet combineert met de hoogste spanning van het volledig gestrekte standbeen. De actie verloopt in een vloeiende, gecontroleerde sequentie.



Vanuit de vijfde positie glijdt de werkende voet in een battement tendu naar voren, opzij of achteren, terwijl het standbeen stevig in de vloer geworteld blijft. Vervolgens komt de essentie: het standbeen strekt zich krachtig in een relevé, waarbij de hiel actief omhoog wordt geduwd tot een volledige halve of hele punt. De werkende voet behoudt hierbij volledig contact met de vloer in de tendu-positie.



Het cruciale verschil met een tendu à terre is de extra weerstand. Het lichaamsgewicht wordt nu op een kleiner, verheven oppervlak (de bal van de voet) gedragen, wat een enorme stabiliteit van het bekken en een sterke en dehors-spiralen van beide benen vereist. De terugkeer verloopt in omgekeerde volgorde: eerst zakt de hiel van het standbeen gecontroleerd, waarna de werkende voet terugglijdt naar de vijfde positie.



De richting van de beweging bepaalt de technische focus. In een en dehors-actie beweegt de voet van de vijfde positie weg van de lichaamsas, waarbij de nadruk ligt op het actief naar buiten draaien tijdens het strekken. Bij een en dedans keert de voet terug naar de lichaamsas, wat een nog actievere rotatie van het bovenbeen vereist om de en dehors te behouden terwijl de voet naar de vijfde positie sluit.



Oefeningen aan de barre om beide technieken te trainen



De barre biedt de noodzakelijke steun om de fundamentele bewegingen van en dehors (naar buiten draaien) en en dedans (naar binnen draaien) geïsoleerd en gecontroleerd te oefenen. Hieronder volgen essentiële oefeningen.



Battement tendu



Begin met battement tendu om het voetwerk en de beenpositie te perfectioneren.





  • Voor en dehors: Vanuit de eerste of vijfde positie schuif de werkende voet naar voren, opzij of naar achteren, met de hiel voorop en de tenen altijd naar buiten gewend. Breng terug naar de uitgangspositie.


  • Voor en dedans: De beweging wordt omgekeerd. Vanuit een gestrekte positie naar voren, schuif de voet terug naar de eerste of vijfde positie, waarbij de hiel leidt en de draai naar binnen behouden blijft. Hetzelfde vanuit achteren naar voren.




Rond de jambe par terre



Deze oefening traint de continue draaiing van het heupgewricht.





  1. En dehors: Start vanuit de eerste positie. Voer een tendu naar voren uit. Beschrijf een halve cirkel over de vloer naar de tweede positie, en vervolgens een halve cirkel naar achteren. Sluit in de eerste positie. De beweging is van voren naar achteren.


  2. En dedans: Start vanuit de eerste positie. Voer een tendu naar achteren uit. Beschrijf een halve cirkel naar de tweede positie, en vervolgens een halve cirkel naar voren. Sluit in de eerste positie. De beweging is van achteren naar voren.




Battement fondu en double frappé



Battement fondu en double frappé



Deze dynamische oefeningen ontwikkelen kracht en precisie in de draai.





  • Bij fondu en frappé wordt het werkbeen vanuit een gebogen positie (cou-de-pied) naar een gestrekte positie (bijv. naar voren) gestoten. Het richtingsverschil is cruciaal:



    • En dehors: Het werkbeen opent naar voren, opzij of achter vanuit een positie waar de teen aan de enkel van het standbeen rust, met de knie naar buiten gewend.


    • En dedans: Het werkbeen opent naar voren, opzij of achter vanuit een positie waar de hiel aan de enkel rust, met de knie meer naar voren/binnen gewend.








Grand battement



Ook bij grote, hoge bewegingen blijft het onderscheid essentieel.



Bij een grand battement en dehors gaat het been vanuit de eerste of vijfde positie naar voren, opzij of achteren, waarbij de draaiing in de heup maximaal behouden blijft. Bij een grand battement en dedans keert het been terug vanuit de achterste of zijwaartse positie naar de eerste of vijfde positie, met een actieve, naar binnen gerichte draaiing tijdens de neerwaartse beweging.



Concentreer je bij alle oefeningen op het behouden van een perfecte en-dehors in het standbeen en een rechte romp. De bewegingen voor en dedans vereisen extra aandacht voor het controleren van de heup en het voorkomen dat deze naar voren steekt.



Veelgestelde vragen:



Ik zie de termen 'en dehors' en 'en dedans' steeds voorbijkomen in mijn balletles. Kunt u in simpele woorden uitleggen wat het belangrijkste verschil is?



Zeker. Het kernverschil ligt in de richting van de beweging ten opzichte van het standbeen. 'En dehors' betekent letterlijk 'naar buiten'. Bij een beweging en dehors begint de actie van het werkende been van het lichaam af en draait het weg van de lichaamsas. Denk aan een rond de jambe en dehors: je begint met je been naar voren en tekent een halve cirkel naar achteren, weg van je lichaam. 'En dedans' is het omgekeerde: 'naar binnen'. De beweging start van het lichaam af en gaat er dan naartoe terug. Bij een rond de jambe en dedans begin je achter en tekent de cirkel naar voren, naar je lichaam toe. Een ezelsbruggetje: bij 'en dehors' wijst je hiel vooruit tijdens de beweging, bij 'en dedans' je teen.



Bij pirouettes hoor ik vaak "een pirouette en dehors". Draait dit altijd van het standbeen af? En hoe vertaal je dit naar andere bewegingen zoals fouettés?



Uw observatie is correct. Een pirouette en dehors draait inderdaad van het standbeen af. Als u op uw rechterbeen staat, draait uw lichaam naar rechts (met de klok mee als u van bovenaf kijkt). De initiële kracht komt vaak van een gerichte beweging van het linkerbeen, dat van het lichaam weg opent (een soort "duw" naar buiten). Dit principe is fundamenteel en keert terug in vele technieken. Neem een fouetté rond de jambe en tour (de klassieke fouetté). De slagbeweging van het werkende been die de draai opwekt, is een snelle en krachtige beweging en dehors. Het been zwaait van voren naar opzij/achteren, weg van de lichaamsas, wat het lichaam de impuls geeft om rond te draaien. Bij een fouetté en dedans – een zeldzamere, maar bestaande beweging – zou het werkende been juist van achteren naar voren zwaaien (een beweging en dedans) om de draaiing in de tegenovergestelde richting te initiëren. Het begrijpen van deze richtingsprincipes helpt bij het analyseren van bijna elke draai in het klassieke ballet.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen