Hoe begon de islamitische jaartelling

Hoe begon de islamitische jaartelling

Het begin van de islamitische kalender de hidjra van profeet Mohammed



De islamitische kalender, met zijn maanjaren en twaalf maanden, begint niet met de geboorte van de profeet Mohammed, noch met de openbaring van de eerste Koranverzen. Het startpunt is een gebeurtenis van wereldlijke en politieke aard: de Hijra, de emigratie van Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina. Deze reis, voltooid in het jaar 622 van de Gregoriaanse kalender, markeerde het cruciale moment waarop de vroege moslimgemeenschap transformeerde van een vervolgde minderheid naar een samenleving met eigen bestuurlijke en juridische structuren.



De daadwerkelijke invoering van dit tijdrekeningssysteem vond echter pas plaats onder het bewind van de tweede kalief, Omar ibn al-Khattab. Rond het jaar 637 n.Chr., geconfronteerd met praktische problemen bij administratie en datering in het snel groeiende rijk, riep hij een raad bijeen. Na overweging van verschillende mogelijke beginpunten – zoals de geboortedag of het overlijden van de Profeet – viel de keuze op de Hijra. Het was het moment waarop de umma, de geloofsgemeenschap, zijn onafhankelijkheid vestigde, en dus het meest logische fundament voor een nieuwe tijdrekening.



De eerste dag van het eerste islamitische jaar werd vastgesteld als 1 Muharram van het jaar 1 AH (Anno Hegirae). Deze datum correspondeert met 16 juli 622 n.Chr., gebaseerd op de berekeningen van de geleerde Al-Biruni eeuwen later. Het kalendersysteem is puur lunair: een jaar telt twaalf maanmaanden, ongeveer 354 of 355 dagen, en is daardoor elk jaar zo’n tien tot twaalf dagen korter dan het zonnejaar. Dit verklaart waarom islamitische feestdagen, zoals Ramadan en het Offerfeest, elk Gregoriaans jaar eerder lijken te vallen.



De historische gebeurtenis: de Hidjra van Mohammed



De historische gebeurtenis: de Hidjra van Mohammed



De Hidjra verwijst naar de geheime emigratie van de profeet Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar de stad Yathrib, later bekend als Medina. Deze cruciale reis vond plaats in het jaar 622 na Christus en markeert het keerpunt in de vroege islamitische geschiedenis.



De situatie in Mekka was voor de moslims onhoudbaar geworden. Zij leden onder toenemende vervolging, economische boycots en fysiek geweld van de heersende Qoeraisj-stam. Een uitnodiging van inwoners van Yathrib, die hoopten dat Mohammed hun onderlinge conflicten zou beslechten, bood een uitweg.



De emigratie verliep in fasen. Eerst vertrokken de meeste moslims in kleine groepen onopvallend naar het noorden. Mohammed zelf bleef met enkele getrouwen, waaronder Aboe Bakr, achter. Toen de samenzwering van de Qoeraisj-leiders om hem te doden volwassen werd, verlieten zij Mekka stiekem. Zij verscholen zich enkele dagen in een grot op de berg Thawr om de achtervolgers te misleiden, voordat zij de gevaarlijke woestijntocht van ongeveer 400 kilometer naar Yathrib ondernamen.



De aankomst in Yathrib, op 12 Rabi' al-Awwal van dat jaar, werd een triomfantelijke ontvangst. De stad kreeg een nieuwe naam: Madinat an-Nabi, 'de Stad van de Profeet'. Hier stichtte Mohammed de eerste islamitische gemeenschap (oemma), gebaseerd op religieuze banden in plaats van stamtradities. Hij vestigde de grondwet van Medina, een verdrag dat de rechten en plichten van alle inwoners, moslims, joden en andere stammen, regelde.



De Hidjra was meer dan een vlucht; het was de overgang van een periode van louter prediking naar de vestiging van een soevereine, zelfstandige samenleving. Om die reden koos kalief Omar ibn al-Chattab, jaren later, dit moment als het beginpunt voor de islamitische kalender. Het jaar van de Hidjra werd het jaar 1 AH (Anno Hegirae).



De keuze voor de maanmaanden als basis



De islamitische kalender is een zuivere maankalender. Deze fundamentele keuze is direct verbonden met de Koran en de praktische behoeften van de vroege islamitische gemeenschap. In tegenstelling tot zonnekalenders, die aan de seizoenen gebonden zijn, volgt de maankalender uitsluitend de cycli van de maan.



In de Koran wordt de maan expliciet genoemd als een middel voor tijdrekening. Een sleutelvers (Soera At-Tawba, vers 36) stelt dat het aantal maanden bij God twaalf is, zoals vastgelegd op de dag dat Hij de hemelen en de aarde schiep. Dit onderstreept het goddelijke karakter van deze cyclus. De maanfasen zijn voor iedereen, ongeacht locatie, duidelijk en objectief waarneembaar, wat essentieel was voor een gemeenschap die zich snel over verschillende geografische gebieden verspreidde.



De keuze voor de maan had ook een praktisch-theologisch doel: het verbreken van de link met de oude, op de zon gebaseerde tijdrekening van pre-islamitische stammen. Het markeerde een nieuw begin. Belangrijke religieuze verplichtingen, zoals de vastenmaand Ramadan en de pelgrimstocht (Hadj), zijn gekoppeld aan specifieke maanmaanden. Doordat het maanjaar ongeveer elf dagen korter is dan het zonnejaar, doorlopen deze verplichtingen alle seizoenen over een periode van ongeveer 33 jaar.



Dit cyclische doorlopen van de seizoenen benadrukt dat de religieuze betekenis van deze handelingen niet verbonden is met een bepaald jaargetijde of agrarische cyclus, maar puur met gehoorzaamheid aan God. De kalender is daarmee een instrument voor aanbidding, los van natuurlijke seizoensgebonden ritmes, en een constante herinnering aan de migratie (Hidjra) die het startpunt van de tijdrekening vormde.



Vaststelling van het startpunt onder kalief Omar



Vaststelling van het startpunt onder kalief Omar



De noodzaak voor een uniform islamitisch kalendersysteem ontstond tijdens het bewind van de tweede kalief, Omar ibn al-Khattab. De groeiende administratieve en bestuurlijke taken van het snel uitdijende rijk maakten een eenduidige datering van officiële documenten, correspondentie en belastingaangiften onmisbaar. De bestaande praktijk om jaren te noemen naar belangrijke gebeurtenissen, zoals "het jaar van de overstroming" of "het jaar van de grote overwinning", bleek onpraktisch en verwarrend.



Kalief Omar riep daarom een raad van vooraanstaande metgezellen bijeen om dit probleem op te lossen. De centrale vraag was welk moment in de geschiedenis van de islam het meest geschikt was als tijdnul. Er werden verschillende voorstellen gedaan. Sommigen stelden voor de geboortedatum van de Profeet Mohammed als beginpunt te nemen, anderen zijn sterfdag of de dag waarop hij voor het eerst openlijk predikte. Een voorstel was ook om de Hidjra, de migratie, als startpunt te nemen, maar dan wel op de exacte dag dat de Profeet Mekka verliet.



Na uitgebreide discussie werd het voorstel van Ali ibn Abi Talib unaniem aangenomen. Hij bepleitte dat de Hidjra het fundamentele keerpunt was geweest dat de islamitische gemeenschap (umma) had gevormd en een duidelijk onderscheid maakte tussen de periode van vervolging in Mekka en die van soevereiniteit in Medina. De raad koos ervoor het jaar van de Hidjra zelf als begin te nemen, maar niet de specifieke dag van vertrek uit Mekka. In plaats daarvan werd de eerste dag van de maand Muharram van dat jaar gekozen als het formele begin van de jaartelling, omdat dit de eerste maand van de reeds bestaande maankalender was.



Op basis van historische reconstructies bepaalde de raad dat de Hidjra had plaatsgevonden in het jaar dat overeenkwam met 622 na Christus. Om praktische redenen en voor de continuïteit van de maancyclus werd de kalender volledig op de maanfasen gebaseerd, waardoor het islamitische jaar ongeveer elf dagen korter is dan het zonnejaar. Kalief Omar kondigde deze nieuwe tijdrekening officieel in, waardoor het jaar 17 na de Hidjra (638 na Christus) het eerste jaar werd waarin de islamitische jaartelling werd ingevoerd.



Veelgestelde vragen:



Waarom koos kalief Umar ibn al-Khattab voor de hidjra als beginpunt van de islamitische kalender, en niet de geboortedatum of het overlijden van de profeet Mohammed?



De keuze voor de hidjra (de migratie van Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina in 622 n.Chr.) als nulpunt was een bewuste en betekenisvolle beslissing. Kalief Umar en zijn adviseurs overwogen andere belangrijke data, zoals de geboortedag of de dag van het eerste openbare optreden van de profeet, of zelfs zijn overlijden. De hidjra werd uiteindelijk gekozen omdat deze gebeurtenis niet alleen een historisch feit was, maar de fundamentele overgang markeerde van een kleine gemeenschap naar de stichting van de eerste islamitische staat. Het symboliseerde het begin van een nieuwe sociale en politieke ordening onder islamitische leiding. In tegenstelling tot een persoonlijk levensmoment van de profeet, vertegenwoordigde de hidjra het collectieve begin van de ummah (gemeenschap) als een onafhankelijke entiteit. Het was het startpunt van een tijdperk waarin de islam kon gedijen en zijn eigen identiteit kon vormen, los van de vervolging in Mekka. Daarom was het de meest geschikte gebeurtenis om een nieuwe tijdrekening op te baseren.



Hoe werd het exacte jaar van de hidjra achteraf vastgesteld, aangezien de kalender pas jaren na de gebeurtenis werd ingevoerd?



De islamitische kalender werd officieel ingesteld tijdens het bewind van de tweede kalief, Umar ibn al-Khattab, rond het jaar 638 n.Chr., ongeveer 16 jaar na de hidjra. Het vaststellen van het startjaar was een praktische uitdaging. Er werd een raadpleging (shura) gehouden met metgezellen van de profeet die de hidjra hadden meegemaakt. Verschillende data werden voorgesteld. De overlevering vermeldt dat Ali ibn Abi Talib voorstelde om de hidjra als beginpunt te nemen. Vervolgens was de vraag: in welk maand moest het nieuwe jaar beginnen? Er werd gekozen voor de maand Muharram, omdat dit een traditioneel rustige maand was zonder grote oorlogen of bedevaarten. Het jaar van de hidjra zelf (622 n.Chr.) werd dus retroactief berekend als jaar 1 AH (Anno Hegirae). Men keek naar bekende gebeurtenissen sinds de migratie om de jaartelling consistent toe te wijzen. Dit betekent dat de eerste jaren van de islamitische tijdrekening achteraf zijn geconstrueerd op basis van collectieve herinnering en consensus.



Werden de maanden van de islamitische kalender, zoals Ramadan en Dhu al-Hijjah, al gebruikt voordat de hidjra-kalender werd ingevoerd?



Ja, de namen en de volgorde van de maanden bestonden al in de pre-islamitische Arabische samenleving. Het was een maankalender die werd gebruikt voor handel, bedevaart en het markeren van seizoensgebonden evenementen. Maanden zoals Ramadan (oorspronkelijk gerelateerd aan intense hitte) en Dhu al-Hijjah (de maand van de bedevaart) hadden dus al een plaats. Een belangrijk verschil was het systeem van "intercalatie" (nasi'), waarbij er om de paar jaar een schrikkelmaand werd toegevoegd om de maankalender in lijn te houden met het zonnejaar en de seizoenen. De islam schafte deze praktijk af, zoals vermeld in de Koran (9:36-37). De hervorming onder kalief Umar behield dus de vertrouwde maandstructuur, maar maakte de kalender puur lunair en koppelde hem los van de seizoenen. De heilige status van bepaalde maanden, zoals de vastenmaand Ramadan en de bedevaartsmaand Dhu al-Hijjah, kreeg binnen de nieuwe religieuze context een diepere, islamitische betekenis.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen