Wat is zwemvaardigheid 1 2 3

Wat is zwemvaardigheid 1 2 3

Zwemvaardigheid 1 2 en 3 De diploma's voor meer zekerheid en plek in het water



Het behalen van het Zwemdiploma A, B en C betekent dat uw kind de basis van het zwemmen veilig beheerst. Dit wordt ook wel het zwem-ABC genoemd. Maar daarna stopt het leren niet. De Zwemvaardigheidsdiploma's 1, 2 en 3 zijn het logische vervolg hierop. Deze diploma's zijn erop gericht om de vaardigheden van jonge zwemmers verder te verdiepen, te verbreden en te perfectioneren.



Waar het zwem-ABC zich concentreert op overleven en fundamentele technieken in het diepe bad, gaat zwemvaardigheid een stap verder. Kinderen leren hier meer zwemslagen, betere uitvoering van bestaande slagen en maken kennis met een grotere variatie aan activiteiten in het water. Het doel is niet alleen veiligheid, maar ook het ontwikkelen van plezier, conditie en veelzijdigheid als zwemmer.



Het behalen van deze diploma's betekent dat een kind zich met vertrouwen en een uitgebreide set vaardigheden in allerlei aquatische situaties kan bewegen. Van het verfijnen van de schoolslag en rugslag tot het aanleren van de samengestelde rugslag en de vlinderslag. Ook survival-elementen, zoals met kleren aan zwemmen, en fun-elementen, zoals snorkelen en waterpolo, komen aan bod. Zwemvaardigheid 1, 2 en 3 transformeren een goede basiszwemmer tot een veelzijdige en vaardige waterrat.



Wat is zwemvaardigheid 1, 2 en 3?



Zwemvaardigheid 1, 2 en 3 zijn drie officiële vervolgdiploma's van het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ die na het Zwem-ABC worden behaald. Ze zijn gericht op het verder verbeteren van de zwemveiligheid, het uithoudingsvermogen en de beheersing van een grote variatie aan zwemslagen en zwemactiviteiten. Het doel is om kinderen (en volwassenen) tot veelzijdige, vaardige en fitte zwemmers te maken.



Elk diploma bouwt voort op het vorige en de eisen worden progressief uitdagender. Hieronder vind je een overzicht van de kernvaardigheden per niveau.



Zwemvaardigheid 1



De basis voor de vervolgdiploma's. Hier wordt de techniek van de eerder geleerde slagen verder verfijnd en komen nieuwe elementen aan bod.





  • Slagen: Schoolslag, enkelvoudige rugslag, borstcrawl en rugcrawl.


  • Survival: Watertrappen met gebruik van armen en benen, en verkleed zwemmen.


  • Conditie: Een langere afstand zwemmen in de basisslagen.


  • Andere vaardigheden: Hurkelduik, hoofdwaarts duiken en onder water zwemmen.




Zwemvaardigheid 2



De vaardigheden worden uitgebreid en de afstanden worden langer. Er is meer aandacht voor coördinatie en uitdaging.





  • Slagen: Verfijning van alle slagen uit ZV1, plus de samengestelde rugslag.


  • Survival: Watertrappen met armen over elkaar, drijven in stroomlijnhouding en drijven met een hulpmiddel.


  • Conditie: Langere afstanden zwemmen dan bij ZV1.


  • Andere vaardigheden: Wrikken, een wedstrijdstart en een keerpunt.




Zwemvaardigheid 3



Zwemvaardigheid 3



Het hoogste niveau in de reeks. De techniek moet goed beheerst worden onder meer veeleisende omstandigheden.





  • Slagen: Perfectie van alle eerder geleerde slagen, inclusief de bijzondere slag 'vlinderslag'.


  • Survival: Uitgebreid watertrappen (o.a. met beenbeweging op de rug), verplaatsen in drijfhouding en helpen van een drenkeling.


  • Conditie: De langste aaneengesloten zwemafstanden van de drie diploma's.


  • Andere vaardigheden: Startduik en keerpunten voor crawl, onder water door een gat in een zeil zwemmen en balvaardigheden.




Het behalen van deze diploma's betekent dat een zwemmer uitstekend is voorbereid op recreatief zwemmen, zwemsport en onverwachte situaties in het water. Het complete traject van Zwem-ABC tot en met Zwemvaardigheid 3 vormt de meest brede en solide zwemopleiding in Nederland.



Welke zwemslagen en vaardigheden leer je in elk diploma?



Het Zwem-ABC is een logisch opgebouwd traject. Elk diploma voegt nieuwe, complexere zwemslagen en cruciale veiligheidsvaardigheden toe.



Zwemdiploma A: Hier ligt de focus op de basis. Je leert de schoolslag en de rugslag, met een eenvoudige beenslag. Ook de enkelvoudige rugslag komt aan bod. Je oefent met drijven op de buik en rug. Belangrijke veiligheidsvaardigheden zijn: te water gaan met een sprong, onder water gaan, en jezelf kunnen redden door naar de kant te komen. Je zwemt kleding met een korte broek en T-shirt.



Zwemdiploma B: De aangeleerde slagen worden verbeterd en uitgebreid. De borstcrawl en rugcrawl worden geïntroduceerd. De schoolslag en enkelvoudige rugslag worden technischer. Je leert nieuwe overlevingstechnieken, zoals een lange draai om de lengte-as. Het uithoudingsvermogen neemt toe. De kledingeis wordt zwaarder: een lange broek, shirt met lange mouwen en schoenen.



Zwemdiploma C: Dit diploma zorgt voor echte zwemveiligheid. Alle slagen (schoolslag, rugslag, borstcrawl, rugcrawl en enkelvoudige rugslag) worden op een hoger niveau beheerst. Je leert complexere combinaties, zoals de wisselslag. Veiligheidsvaardigheden worden uitdagender: je oefent met reddingszwemmen, het helpen van een drenkeling en het zwemmen in extra zware kleding. Met dit diploma ben je klaar voor onverwachte situaties in open water.



Hoe ziet een typische proef voor Zwemvaardigheid 1 eruit?



Hoe ziet een typische proef voor Zwemvaardigheid 1 eruit?



De proef voor Zwemvaardigheid 1 bouwt voort op de vaardigheden van het Zwem-ABC en is duidelijk uitdagender. Een kandidaat moet de onderdelen, gekleed in badkleding en vervolgens in kleding, succesvol afronden.



In badkleding begint de proef met een sprong te water. Daarna volgt een onderdeel survival: 30 seconden watertrappen met gebruik van de benen en 30 seconden verticaal drijven met gebruik van de armen. Vervolgens wordt er 50 meter schoolslag gezwommen, gevolgd door 50 meter enkelvoudige rugslag.



Na 50 meter rugcrawl en 50 meter schoolslag onder water met doorzichtige duikbril, toont de kandidaat behendigheid door twee keer een hoekduik te maken en onder een vlot door te zwemmen. Het afstandszwemmen sluit dit deel af met 100 meter zwemmen in een zelfgekozen slag.



Het gedeelte in kleding start met een koprol voorwaarts te water. Na 30 seconden watertrappen en 30 seconden drijven, volgt het overlevingzwemmen: 50 meter zwemmen met de kop boven water waarbij de kleding wordt uitgetrokken. Tot slot wordt er 50 meter zwemmen met een HELP-houding voltooid en klimt de kandidaat zelfstandig uit het bad.



Waarom kun je na het Zwem-ABC verder gaan met deze diploma's?



Het Zwem-ABC is een uitstekende basis voor veiligheid in het water. Met deze diploma's beheerst een kind de essentiële vaardigheden om zich te redden in standaard situaties. De Zwemvaardigheidsdiploma's 1, 2 en 3 bieden echter een logisch en waardevol vervolg voor wie meer wil.



Deze diploma's gaan veel verder dan alleen overleven. Ze richten zich op het verfijnen en uitbreiden van de geleerde technieken. Waar het Zwem-ABC de schoolslag, rugslag en borstcrawl introduceert, worden deze slagen in Zwemvaardigheid technisch sterker, efficiënter en over langere afstanden uitgevoerd. Dit leidt tot meer zwemplezier en zelfvertrouwen.



Een belangrijk doel is het vergroten van de zwemveiligheid in nieuwe en uitdagende omstandigheden. Kinderen leren omgaan met onverwachte situaties, zoals zwemmen met een boot of met kleding aan die meer weerstand biedt. Ook worden nieuwe survivalvaardigheden aangeleerd, zoals het gebruik van een reddingsmiddel en het verlenen van eenvoudige hulp.



Daarnaast maken de diploma's kennis met een breed scala aan zwemsporten. Zwemvaardigheid omvat onderdelen uit het waterpolo, wedstrijdzwemmen, snorkelen en soms zelfs synchroonzwemmen. Dit is een perfecte manier om te ontdekken welke tak van de zwemsport het beste bij het kind past.



Het behalen van deze diploma's draagt bij aan een levenslange positieve relatie met water. Het bevordert conditie, coördinatie en discipline. Het is de ideale stap voor kinderen die graag zwemmen en hun horizon willen verbreden, zonder direct te kiezen voor de intensieve wedstrijdsport.



Veelgestelde vragen:



Wat zijn de belangrijkste vaardigheden die mijn kind moet leren voor Zwemvaardigheid 1?



Voor het diploma Zwemvaardigheid 1 moet je kind een aantal nieuwe, uitdagende vaardigheden beheersen. Het gaat niet meer om de basis, maar om het verbeteren van techniek en uithoudingsvermogen. Enkele belangrijke onderdelen zijn: 25 meter schoolslag met een goede, afwijkende beenslag (de zogenaamde 'uitvalslag'), 25 meter rugcrawl, en 25 meter samengestelde rugslag. Ook wordt er 10 meter onder water gezwommen. Daarnaast leert je kind zichzelf te redden door bijvoorbeeld 30 seconden met een geblazen broek te blijven drijven en 30 seconden watertrappelen. Het is een logische en leuke stap na het Zwem-ABC.



Hoeveel baantjes moet je zwemmen voor het Zwemvaardigheid 2 diploma?



De afstanden worden langer bij Zwemvaardigheid 2. Je moet laten zien dat je meerdere slagen goed vol kunt houden. De eisen omvatten onder andere 50 meter schoolslag, 50 meter enkelvoudige rugslag en 50 meter rugcrawl. Ook de rugzwemslag over 25 meter is een onderdeel. Voor de conditie en onderwateroriëntatie is er een onderdeel waarbij je 2 keer onder een vlot door moet zwemmen over een afstand van 9 meter. Het is dus een flinke uitbreiding ten opzichte van niveau 1.



Is Zwemvaardigheid 3 het moeilijkste diploma?



Binnen de gangbare nationale zwemdiploma's in Nederland is Zwemvaardigheid 3 het hoogste niveau in deze reeks. De proeven zijn het zwaarst en vragen om een goede beheersing van veel zwemslagen en reddingstechnieken. Je zwemt afstanden tot 75 meter voor de schoolslag en 75 meter voor de rugcrawl. Ook moeilijke onderdelen zoals 25 meter vlinderslag en 60 seconden watertrappelen met een zwaar voorwerp maken deel uit van het examen. Na dit diploma zijn er nog wel specialisaties, zoals Snorkelen of Survival, maar voor algemene zwemtechniek is dit een zeer hoog niveau.



Mijn kind heeft het Zwem-ABC. Waarom zou het door moeten gaan voor Zwemvaardigheid?



Het Zwem-ABC geeft een uitstekende basis voor veiligheid in het water. De Zwemvaardigheidsdiploma's zijn bedoeld voor kinderen die zwemmen leuk vinden en beter willen worden. Het houdt de conditie op peil, verbetert de techniek van de aangeleerde slagen sterk en leert nieuwe, complexere slagen zoals de rugcrawl en vlinderslag. Het is ook goed voor het zelfvertrouwen. Veel kinderen vinden het leuk om met vrienden naar zwemles te blijven gaan en nieuwe doelen te behalen. Het voorkomt dat ze na het ABC minder gaan zwemmen en hun vaardigheid verliezen.



Wat is het verschil tussen de rugcrawl bij Zwemvaardigheid 1 en 3?



Het verschil zit in de afstand, de techniek en het uithoudingsvermogen. Bij Zwemvaardigheid 1 moet 25 meter rugcrawl gezwommen worden. De focus ligt op het aanleren van de beweging: een goede beenslag en afwisselende armhaal. Bij Zwemvaardigheid 3 is de afstand 75 meter. Hier is een constante, goede techniek over een langere afstand nodig. De zwemmer moet een regelmatig en ritmisch ademhalingpatroon hebben, een sterke beenslag en een efficiënte armbeweging om niet te vermoeid te raken. De beoordeling is dus strenger op details en volharding.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen