Hoeveel fases zijn er in de zwemlessen voor het A-diploma

Hoeveel fases zijn er in de zwemlessen voor het A-diploma

De opbouw van zwemlessen naar het A-diploma een overzicht van de leerstappen



Het behalen van het A-diploma is een mijlpaal in het leven van een kind en een geruststellend moment voor ouders. Dit eerste officiƫle zwemcertificaat staat voor een fundamentele veiligheid in het water. Het traject ernaartoe is zorgvuldig en gestructureerd opgebouwd, vaak volgens de richtlijnen van de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ). Dit proces wordt niet in ƩƩn stap doorlopen, maar is opgesplitst in logische, opeenvolgende fasen die elk een eigen doel hebben.



Hoewel de exacte indeling per zwemschool kan verschillen in naam of aantal lessen, kan het leerproces voor het A-diploma overal worden onderverdeeld in drie hoofd fasen. Deze fasen leiden een kind van de eerste kennismaking met het water tot een zelfverzekerde beginnende zwemmer. Elke fase bouwt voort op de vaardigheden van de vorige, waarbij watergewenning, het aanleren van zwemslagen en uiteindelijk het vergroten van de zwemveiligheid centraal staan.



De eerste fase, vaak de watergewenning, legt het cruciale fundament. Hier overwint het kind eventuele angst en leert het zich vrij en vertrouwd te voelen in het water. Denk aan onder water gaan, drijven, uit het water klimmen en spetteren. Vervolgens volgt de fase van het aanleren van de zwemslagen. Hier worden de technieken voor de schoolslag, enkelvoudige rugslag en de beginselen van de borst- en rugcrawl stap voor stap aangeleerd en geoefend. De laatste fase staat in het teken van uitbouw en veiligheid: het verbeteren van de techniek, het leren zwemmen met kleding aan en het oefenen van alle onderdelen die tijdens het diplomazwemen worden getoetst, zoals oriƫntatie onder water en zelfredzaamheid.



De eerste fase: wennen aan water en veilig drijven



De eerste fase: wennen aan water en veilig drijven



De allereerste fase van de zwemlessen voor het A-diploma draait volledig om vertrouwen en veiligheidsgevoel. Hier wordt de cruciale basis gelegd, niet door techniek, maar door het kind op zijn gemak te stellen in het water. Het doel is om de natuurlijke angst te overwinnen en het water als een plezierige omgeving te ervaren.



Kinderen leren hier spelenderwijs. Activiteiten zoals lopen, spatten, onder een doorzichtig zeiltje door gaan en voorwerpen van de bodem pakken maken het water bekend. Gezicht en hoofd worden voorzichtig natgemaakt, vaak via speelse opdrachten. Een essentieel onderdeel is het leren in- en uit het water klimmen, zodat een kind zelfstandig de rand kan bereiken.



De kernvaardigheid van deze fase is het drijven. Eerst met hulp, bijvoorbeeld aan de hand van de instructeur of een drijfmiddel. Vervolgens oefent het kind om op de rug en op de buik te drijven, eerst met ondersteuning en later zelfstandig. Dit passieve drijven is fundamenteel; het leert dat het water je draagt en is de voorloper van alle zwemslagen. De fase wordt succesvol afgesloten wanneer een kind zonder angst kan drijven en zich veilig voelt in het bad.



De tweede fase: leren van de schoolslag en rugslag



Na de watervrijheid en de eerste zwemslagen volgt de tweede, cruciale fase: het aanleren van de schoolslag en de rugslag. Deze fase draait om coƶrdinatie, uithoudingsvermogen en het verder ontwikkelen van het watergevoel. Beide slagen zijn fundamenteel voor het A-diploma.



Deze fase wordt vaak opgesplitst in twee parallelle leerlijnen:





  • De rugslag: Hier ligt de focus op een stabiele, horizontale ligging. Leerlingen oefenen:



    1. De beenbeweging: een gestrekte, alternerende beweging vanuit de heupen.


    2. De armbeweging: een gelijktijdige, gestrekte beweging over het water.


    3. De coƶrdinatie van armen en benen.




    De rugslag biedt veiligheid omdat het gezicht vrij blijft om te ademen.





  • De schoolslag: Dit is de meest technische slag voor het A-diploma. De aanleervolgorde is doorgaans:



    1. De beenbeweging: het aanleren van de 'haal-, spreid- en trapfase' (vaak eerst op de kant of met een drijfmiddel).


    2. De armbeweging: een kleine, halvemaanvormige beweging.


    3. De ademhaling: op het juiste moment (tijdens de armhaal) het hoofd optillen om in te ademen.


    4. De volledige coƶrdinatie: armen, benen en ademhaling in de juiste volgorde samenbrengen.








Belangrijke aandachtspunten in deze fase zijn:





  • Het aanhouden van een gestroomlijnde lichaamshouding.


  • Het overwinnen van de natuurlijke weerstand bij de schoolslagbenen.


  • Het leren vertrouwen op de rugligging zonder zicht.


  • Het opbouwen van de afstand, eerst enkele meters, later een hele baan.




Succes in deze fase betekent dat de zwemmer de basistechnieken beheerst om veilig en gecontroleerd vooruit te komen, wat de directe opstap is naar de derde fase: het verder verfijnen en combineren van alle vaardigheden voor het diplomazwemmen.



De derde fase: onder water gaan en het complete A-diploma afleggen



De derde fase: onder water gaan en het complete A-diploma afleggen



De laatste fase van het A-diploma richt zich op de volledige zelfredzaamheid in dieper water. Het belangrijkste nieuwe element is het comfortabel onder water gaan. Kinderen leren om vrijwillig hun hoofd onder water te steken, te oriƫnteren en daar te bewegen.



Een centrale vaardigheid is het onder water zwemmen door een gat in een verticaal zeil. Dit combineert de durf om onder te gaan met een gerichte beweging. Tevens oefenen ze met het opduiken van een voorwerp van de bodem, wat het watertrappen en de duikvlucht praktisch toepast.



De zwemslagen worden verder verfijnd op techniek en uithoudingsvermogen. De schoolslag en enkelvoudige rugslag worden over grotere afstanden gezwommen, waarbij een goede ademhaling en glijfase essentieel zijn. Ook het drijven op de buik en rug wordt langer volgehouden.



De fase wordt afgesloten met het afzwemmen voor het complete A-diploma. Het kind demonstreert alle aangeleerde vaardigheden in badkleding en vervolgens in kleding met schoenen. Deze kledingeisen simuleren onverwachte val in het water. Het diploma wordt behaald bij succesvolle afronding van de proeven, waaronder gekleed watertrappen, onder water gaan, en het zwemmen van de voorgeschreven afstanden.



Veelgestelde vragen:



Hoeveel fases heeft een gemiddeld zwemles traject voor het A-diploma?



De meeste zwembaden en zwemscholen in Nederland werken met een opbouw in drie tot vier hoofdfasen. Deze fasen zijn niet overal exact hetzelfde, maar de kern is vergelijkbaar. Eerst is er de waterwenningsfase, waar kinderen zonder druk leren spelen en bewegen in het water. Daarna volgt de fase waarin ze de basistechnieken van de zwemslagen leren, zoals de schoolslag en rugslag. De laatste fase richt zich volledig op het verfijnen van de techniek, het opbouwen van uithoudingsvermogen en het veilig uitvoeren van alle onderdelen voor het A-diploma, zoals onder water gaan en zelfstandig uit het water klimmen.



Wat leren kinderen in de allereerste fase van de zwemles?



In de eerste fase, vaak 'watergewenning' genoemd, staat plezier en veilig gevoel centraal. Kinderen leren niet direct zwemmen. Ze doen ervaring op met wat water is: ze spetteren, lopen in het water, gaan tot de kin onder water, blazen bellen op het wateroppervlak en leren drijven op de buik en rug met hulp. Het doel is om angst weg te nemen en vertrouwen te krijgen. Dit is een fundamentele stap voordat ze echte zwembewegingen aanleren.



Is de overgang van de ene naar de andere fase altijd duidelijk?



Nee, die overgang is vaak geleidelijk. De fasen lopen in de praktijk in elkaar over. Een kind kan bijvoorbeeld al beginnen met eenvoudige beenbewegingen voor de schoolslag (fase 2) terwijl het nog oefent met volledig onder water gaan (een onderdeel uit fase 1). De instructeur kijkt naar het niveau van elk kind en past de lessen daarop aan. Er is dus geen vast moment waarop iedereen tegelijk naar de 'volgende fase' gaat.



Waarom duurt het bij sommige kinderen langer om een fase af te ronden?



De snelheid van leren verschilt per kind. Factoren die een rol spelen zijn: leeftijd, hoe vaak een kind in het water komt, eventuele eerdere angstige ervaringen met water, motorische ontwikkeling en concentratievermogen. Een fase zoals watergewenning kan voor het ene kind een paar lessen duren, en voor een ander kind meerdere maanden. Goede zwemscholen hebben hier begrip voor en laten het kind pas verder gaan als het echt klaar is.



Wordt er in elke fase ook aandacht besteed aan veiligheid?



Ja, veiligheid is een rode draad door alle fasen heen. In het begin gaat het om veilig te leren zijn *bij* het water (niet rennen, luisteren naar de instructeur). Later leren kinderen wat te doen als ze per ongeluk in het water vallen, zoals naar de kant drijven of een draai maken van buik naar rug. In de afrondende fase voor het A-diploma komen specifieke veiligheidseisen aan bod, zoals het zelfstandig uit het water klimmen en het zwemmen met kleding aan. Veiligheid wordt dus steeds op een ander niveau meegegeven.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen