What is the spinning ballet move called

What is the spinning ballet move called

What is the spinning ballet move called?



In de betoverende wereld van het klassiek ballet, waar beweging in poëzie verandert, is er één technisch element dat zowel toeschouwers als dansers fascineert: de spectaculaire, schijnbaar eindeloze draai op één been. Deze beweging is een hoeksteen van de balletvocabulaire en een toonbeeld van kracht, controle en ongelooflijke focus.



De algemene term voor deze draaiende beweging is een pirouette. Dit Franse woord, dat letterlijk "tol" of "draai" betekent, beschrijft de complete rotatie van het lichaam rond zijn verticale as, uitgevoerd op één been terwijl het andere been meestal in een gepositioneerde passé of retiré wordt gehouden. Pirouettes kunnen en dehors (naar buiten toe draaiend) of en dedans (naar binnen toe draaiend) zijn en worden vanuit vele posities gestart.



Voor de meest indrukwekkende en iconische reeks van snelle, aaneengeschakelde draaien, kent het ballet een specifieke en beroemde term: de fouetté. Voluit heet het de fouetté rond de jambe en tournant. Deze veeleisende beweging, vaak het hoogtepunt van een solovariatie zoals in "Het Zwanenmeer", combineert een zweepslagachtige beweging van het werkbeen met de kracht voor elke volgende rotatie, wat een wervelend spektakel creëert.



Wat is de draaiende balletbeweging genoemd?



Wat is de draaiende balletbeweging genoemd?



De algemene term voor een draaiende beweging in het ballet is een pirouette. Dit is een complete, of meervoudige, rotatie van het lichaam op één been. Het werkende been kan in verschillende posities worden gehouden, zoals in retiré (waarbij de voet bij de knie van het standbeen wordt geplaatst). Pirouettes worden zowel en dehors (naar buiten gedraaid) als en dedans (naar binnen gedraaid) uitgevoerd en vormen een hoeksteen van de ballettechniek.



Er bestaan echter vele specifieke soorten draaien, elk met een eigen naam. Een tour jeté is een grote, zwevende draai waarbij de danser springt en in de lucht een halve slag maakt voordat hij landt. Een chaînés is een reeks snelle, kleine draaien op beide voeten, die als een ketting over het toneel bewegen. Voor mannelijke dansers is de tour en l'air kenmerkend: een volledige of dubbele draai in de lucht vanuit een gesloten positie, gevolgd door een landing in de vijfde positie.



De moeilijkheidsgraad van een draai wordt bepaald door de startpositie, het aantal rotaties en de eindhouding. Een fouetté is een spectaculaire, doorlopende draai waarbij het werkbeen telkens een zwiepende beweging maakt om momentum te genereren, bekend uit het derde bedrijf van Zwanenmeer. De basis van elke draai is een goed spotten: het fixeren van de blik op één punt om duizeligheid te voorkomen en de controle te behouden.



De basispirouette: techniek en lichaamsuitlijning



De pirouette is een fundamentele draai in het ballet, uitgevoerd op één been. Een correcte uitlijning van het lichaam, of 'placement', is de absolute voorwaarde voor stabiliteit en controle tijdens de beweging.



De draai begint vanuit de vierde of vijfde positie. Het gewicht rust op de voorste voet, die de 'steunvoet' wordt. De andere voet is de 'werkvoet' en plaatst zich tegen de kuit of de knie van het steunbeen, in retiré positie. De hiel van de steunvoet moet actief naar voren worden gedrukt om het been volledig te strekken.



De romp moet recht en lang zijn, met de schouders laag en recht boven de heupen. Een veelgemaakte fout is het naar voren leunen van de bovenrug. De armen (bras) beginnen in een voorbereidende positie, meestal tweede of eerste, en sluiten snel in naar eerste positie tijdens de draai om het rotatiemomentum te vergroten.



De 'spotting'-techniek is cruciaal tegen duizeligheid. De danser fixeert een punt op ooghoogte, draait het lichaam zo lang mogelijk mee en draait dan het hoofd snel om hetzelfde punt opnieuw te vinden. Dit zorgt voor een scherpe, gecontroleerde rotatie.



De kracht voor de draai komt niet uit de armen, maar uit een diepe plié en een krachtige push van de werkvoet bij het openen naar tweede positie, onmiddellijk gevolgd door het sluiten in retiré. De spieren van de romp en de diepe buikspieren moeten constant aangespannen zijn om het lichaam als één geheel te laten draaien.



De landing gebeurt gecontroleerd, weer in een diepe plié, vanuit de retiré positie naar de vierde of vijfde positie. De uitlijning van hoofd, schouders, heupen en enkel moet tijdens de hele beweging perfect verticaal blijven, alsof het lichaam rond een centrale as draait.



Verschillen tussen een pirouette en een fouetté



Verschillen tussen een pirouette en een fouetté



Hoewel zowel een pirouette als een fouetté iconische draaibewegingen in het ballet zijn, verschillen ze fundamenteel in techniek, energiegebruik en visueel effect. De pirouette is een gecontroleerde, complete rotatie op één been, terwijl de fouetté een dynamische, aaneenschakeling van draaien is die kracht genereert vanuit een wikkelbeweging van het werkbeen.



De pirouette begint vanuit een voorbereidende houding (meestal vierde of vijfde positie) en gebruikt een enkele impuls om één of meerdere rotaties uit te voeren. Het draaibeen blijft tijdens de hele beweging in een vaste positie, zoals passé of attitude. De armen en de spot (het focussen met het hoofd) stabiliseren de draai. Het is een beweging die om pure controle en elegantie draait.



De fouetté (voluit 'fouetté rond de jambe en tour') is een serie draaien waarbij het werkbeen telkens kracht genereert. Vanuit een pirouette-positie strekt het werkbeen zich naar voren of opzij, maakt een circulaire 'zweepslag' (fouetté betekent 'gezweept') en keert terug naar de knie, wat de rotatie een nieuwe impuls geeft. Elke draai wordt zo door het eigen lichaam aangedreven, niet door een initiële duw alleen.



Het belangrijkste onderscheid ligt in de bron van energie. Een pirouette vertrouwt op de initiële kracht en behoudt momentum via een strakke as. Een fouetté hernieuwt het momentum actief bij elke rotatie met het werkbeen. Daarom zijn fouettés vaak spectaculairder en worden ze in lange series getoond, zoals in het Zwanenmeer, terwijl pirouettes vaak solistisch of in kleine aantallen worden uitgevoerd.



Concluderend: een pirouette is een enkele, gestroomlijnde draai; een fouetté is een opeenvolging van draaien aangedreven door een herhalende zweepbeweging. Beide vereisen uitzonderlijke techniek, maar dienen een ander artistiek en acrobatisch doel in de choreografie.



Hoe je meer omwentelingen in een draai kunt maken



Het uitvoeren van meerdere omwentelingen in een draai, zoals een pirouette of fouetté, vereist meer dan alleen kracht. Het is een samenspel van techniek, lichaamscontrole en fysica. Hier zijn de cruciale elementen om te beheersen.



De Voorbereiding en Afzet





  • Zorg voor een sterke en lage demi-plié in de voorbereidende positie. Deze veerkracht is essentieel voor de afzet.


  • Duw krachtig af met beide voeten (of de gehele wreef bij een pirouette van één voet) tegen de vloer. Denk aan het wegduwen van de vloer, niet aan het optillen van je lichaam.


  • Houd je energie naar binnen en omhoog gericht, alsof je rond je eigen as wordt samengedrukt.




Het Spotten





  • Fixeer een duidelijk punt op ooghoogte. Draai je hoofd als laatste mee en breng het als eerste terug, zodat je blik opnieuw dat punt vindt.


  • Dit voorkomt duizeligheid en houdt je draai op één rechte lijn.




De Kern- en Beenpositie





  1. Span je hele kernspieren (buik en rug) maximaal aan. Een sterk, recht centrum draait sneller en stabieler dan een gebogen of slap lichaam.


  2. Breng je passe-pied zo snel mogelijk naar een vaste positie (bijv. voor de knie). Hoe kleiner je vorm, hoe sneller je draait. Houd je knieën strak en voeten gepoint.


  3. Bij draaien met een gestrekt been, zoals een attitude, moet de positie perfect en consistent zijn om het evenwicht niet te verstoren.




Armen en Schouders





  • Breng je armen snel en gecontroleerd naar een eerste positie, vóór je lichaam. Te wijde armen vertragen de draai.


  • Houd je schouders laag en in lijn met je heupen. Een opgetrokken schulder verstoort de verticale as.


  • Gebruik de armen voor momentum door ze krachtig naar binnen te sluiten (een "ronde" armbeweging), maar stop ze precies op de juiste plek.




De Landing





  • Plan je landing vooraf. Open de armen en het standbeen gecontroleerd vanuit je centrum.


  • Land zacht via een demiplié, met volledige controle. Een stabiele finish is even belangrijk als de draai zelf.




Oefen deze elementen eerst langzaam aan de barre. Consistentie in de opbouw is de sleutel. Elke fase moet een reflex worden voordat je het aantal omwentelingen veilig kunt verhogen.



Veelgestelde vragen:



Hoe heet die snelle draai op één been waarbij de andere been gestrekt is?



Die beweging heet een 'pirouette'. Het is een klassieke draaibeweging die meestal op één been wordt uitgevoerd. De danser zet af met het andere been, dat vaak in een gestrekte of gebogen houding wordt gehouden (zoals in 'passé' of 'attitude'). De sleutel tot een goede pirouette ligt in een sterke houding, een scherpe focus op een vast punt en goed gebruik van de armen voor momentum en balans. Pirouettes kunnen enkelvoudig of meervoudig zijn.



Ik zie dansers soms heel snel en laag bij de grond ronddraaien op één knie. Wat is dat?



Dat is een 'barrel turn' of soms een 'knee spin'. Het is een dynamische, vloergebonden draai die vaak in moderne dans, jazz of zelfs bij danswedstrijden wordt gebruikt. De danser knielt op één knie, terwijl het andere been in een gebogen hoek wordt gehouden, en gebruikt de armen en torso om snel rond te draaien. Het ziet er spectaculair uit en vereist veel controle om niet duizelig te worden.



Wat is het verschil tussen een pirouette en een fouetté?



Een pirouette is een algemene term voor een draai op één been. Een 'fouetté' (voluit: fouetté rond de jambe) is een specifiek, zeer moeilijk type draai. Bij een fouetté begint de danser met een draaiende beweging van het speelbeen, die momentum geeft voor een reeks pirouettes. In het balletstuk 'Zwanenmeer' voert de prima ballerina een reeks van 32 opeenvolgende fouettés uit, wat een technisch hoogstandje is. De fouetté combineert dus een zweepachtige beenactie met de rotatie van een pirouette.



Zijn er speciale schoenen nodig voor dit soort draaien?



Ja, het schoeisel heeft grote invloed. Voor pirouettes in het klassiek ballet dragen dansers spitzen (voor vrouwen) of balletschoenen met een leren of suède zool. Die zool biedt wrijving voor grip, maar laat ook gecontroleerd glijden toe. Voor draaien zoals de 'piqué turn' is een harde punt onder de tenen van de schoen nodig. Streetdansers dragen vaak schoenen met een gladde zool om gemakkelijker te kunnen draaien op een harde vloer. De vloer zelf wordt soms behandeld met talkpoeder of speciaal was voor de gewenste slip.



Hoe leren beginners een pirouette zonder om te vallen?



Beginners oefenen eerst de voorbereidende houding ('fourth' of 'fifth position'). Ze trainen hun 'spotting': het hoofd draait sneller dan het lichaam en kijkt steeds naar een vast punt, wat duizeligheid vermindert. Eerst oefenen ze een 'quarter turn' en een 'half turn', voordat ze een volledige draai proberen. Een goede begeleiding van een leraar is nodig om fouten in houding, beenplaatsing en armgebruik te corrigeren. Consistentie in de oefening is het belangrijkste voor vooruitgang.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen