What is stage 6 learn to swim

What is stage 6 learn to swim

Wat houdt de zesde zwemfase in voor gevorderde zwemvaardigheid



Het Zwem-ABC is in Nederland de basis voor een leven lang zwemplezier en veiligheid. Na het behalen van de bekende A-, B- en C-diploma's, die gericht zijn op het overleven en de fundamentele vaardigheden, opent zich een nieuwe wereld: de Nationale Zwemdiploma's voor het Zwemvaardigheid. Stage 6 is het eerste en startende niveau binnen deze vervolgopleiding.



Waar de eerdere diploma's de zwemmer vooral watervrij maken, draait Stage 6 om het zwemvaardig worden. Het is de cruciale stap van 'kunnen overleven' naar 'met techniek en uithoudingsvermogen kunnen zwemmen'. Dit diploma richt zich op het verfijnen van de basistechnieken voor schoolslag, enkelvoudige rugslag en borstcrawl, en introduceert daarnaast nieuwe, complexere vaardigheden zoals de rugcrawl en het watertrappen met gebruik van armen en benen.



Stage 6 vormt hiermee de essentiële brug naar de verdere specialisatie en sportiviteit in het water. Het is het fundament voor de daaropvolgende stages, waarin de afstanden langer worden en de technieken verder worden uitgediept. Het behalen van dit diploma betekent dat een zwemmer niet alleen veilig is, maar ook een veelzijdige en technisch onderlegde basis heeft voor een actieve en plezierige relatie met het water, of dit nu voor recreatie, sport of veiligheid is.



Zwemvaardigheid 1, 2 en 3: De diploma's na het Zwem-ABC



Het Zwem-ABC vormt de essentiële basis voor veilig zwemmen in Nederland. Voor wie na het C-diploma de zwemvaardigheid verder wil verbreden en verdiepen, zijn er de Zwemvaardigheidsdiploma's 1, 2 en 3. Deze diploma's bouwen voort op de aangeleerde vaardigheden en introduceren nieuwe, uitdagende zwemslagen, technieken en situaties.



Zwemvaardigheid 1 legt de fundering voor deze vervolgreeks. Naast het perfectioneren van de schoolslag, rugslag en borstcrawl, maakt de zwemmer kennis met de samengestelde rugslag en de beginselen van de enkelvoudige rugslag. Ook wordt gestart met survivalelementen, zoals het zwemmen met een lange broek en shirt en het uitvoeren van een hurksprong.



Bij Zwemvaardigheid 2 worden de eisen aangescherpt en komen er nieuwe onderdelen bij. De beenslag van de borstcrawl wordt op de rug uitgevoerd en de zwemmer leert de startsprong voor de borstcrawl en rugcrawl. De survivalvaardigheden worden uitgebreid, met onder andere het zwemmen met een jas en het helpen van een drenkeling met behulp van een hulpmiddel.



Zwemvaardigheid 3 vertegenwoordigt het hoogste niveau in deze reeks. Alle zwemslagen worden op een verfijnd technisch niveau geëist. Nieuwe slagen zoals de wisselslag en de zijslag worden geïntroduceerd. De survivalopdrachten zijn het meest complex, met scenario's zoals het zwemmen in een bootzak en het uitvoeren van een koprol voor- en achterover in het water. Het behalen van dit diploma toont een veelzijdige en geavanceerde beheersing van het zwemmen.



Deze drie diploma's zijn dus geen vervanging van het Zwem-ABC, maar een waardevolle aanvulling. Ze stimuleren plezier in het zwemmen, verbeteren het uithoudingsvermogen en de techniek, en bereiden de zwemmer voor op een leven lang veilig en met vertrouwen bewegen in en om het water.



Specifieke slagen en afstanden voor Zwemvaardigheid 1



Specifieke slagen en afstanden voor Zwemvaardigheid 1



Zwemvaardigheid 1 bouwt direct voort op de vaardigheden van het Zwem-ABC. Het doel is het verder verfijnen van de techniek en het vergroten van het uithoudingsvermogen over verschillende slagen. De eisen zijn concreet en uitdagend.



De kandidaat moet de volgende onderdelen succesvol en technisch correct uitvoeren:





  1. Van de bassinrand of startblok duiken, gevolgd door:



    • 50 meter schoolslag.


    • 50 meter enkelvoudige rugslag.






  2. Van de bassinrand of startblok duiken, gevolgd door:



    • 50 meter borstcrawl.


    • 50 meter rugcrawl.






  3. Van de bassinrand of startblok duiken, gevolgd door:



    • 10 meter vlinderslag.






  4. Start in het water (handen aan de goutsteen), gevolgd door:



    • 10 meter onder water zwemmen.






  5. Te water gaan met een koprol voorover, gevolgd door:



    • 60 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, waarvan 30 seconden met de handen omhoog.








Belangrijke technische aandachtspunten bij deze afstanden zijn:





  • Bij de borstcrawl en rugcrawl wordt een goede, gestroomlijnde ligging en een continue beenslag verwacht.


  • De vlinderslag dient met een gelijktijdige armslag en een dolfijnbeenslag gezwommen te worden.


  • Het onderdeel onder water zwemmen test de durf en beheersing onder het oppervlak.


  • Het watertrappen moet rustig en gecontroleerd uitgevoerd worden, met een stabiele verticale positie.




Deze combinatie van slagen en afstanden zorgt voor een brede en evenwichtige ontwikkeling van de zwemvaardigheid na het behalen van het C-diploma.



Praktijkopdrachten: Onder water zwemmen en met kleren aan



Praktijkopdrachten: Onder water zwemmen en met kleren aan



Stage 6 van Learn to Swim richt zich op het verfijnen van zwemvaardigheden voor complexere en meer uitdagende situaties. Twee essentiële praktijkonderdelen zijn onder wateroriëntatie en het omgaan met kleding in het water. Deze opdrachten simuleren onverwachte gebeurtenissen en vergroten het waterzelfredzaamheid.



Het onderdeel onder water zwemmen gaat verder dan simpelweg de adem inhouden. Leerlingen oefenen met het doelgericht verplaatsen onder het wateroppervlak. Zij zwemmen bijvoorbeeld een afstand van minimaal drie meter onder water door een gat in een verticaal in het water hangend zeil. Deze opdracht traint oriëntatie, durf en beenslagtechniek zonder ademhalingsmogelijkheid.



Daarnaast wordt er geoefend met het duiken naar de bodem. In dieper water duiken de zwemmers naar de bodem om daar een voorwerp, zoals een ring of blokje, op te pakken. Dit vereist een goede drukequalisatie en coördinatie om af te dalen, het voorwerp te grijpen en weer veilig naar boven te komen.



Het onderdeel met kleren aan zwemmen is een cruciale praktijktest. Leerlingen ervaren het grote verschil tussen zwemmen in zwemkleding en in alledaagse kleding, zoals een korte broek en t-shirt of een blouse. De kleding wordt zwaar, belemmert de beweging en vergroot de weerstand. Zij leren hierdoor hun slag aan te passen en kracht efficiënter in te zetten.



De opdracht start met het gecontroleerd te water gaan met kleding aan, bijvoorbeeld met een koprol voorover. Vervolgens zwemmen zij een afstand van 25 meter met de schoolslag en 25 meter met de enkelvoudige rugslag. De focus ligt op het behouden van techniek en drijfvermogen ondanks de hinderlijke kleding. Tot slot klimmen zij zelfstandig uit het bad, wat met natte, zware kleding een extra fysieke uitdaging vormt.



Deze combinatie van vaardigheden zorgt voor een wezenlijke vooruitgang in zelfvertrouwen en praktische beheersing. De zwemmer is na stage 6 beter voorbereid op onverwachte situaties in natuurlijk water of bij een val met kleding aan.



Veelgestelde vragen:



Mijn kind heeft alle diploma's tot en met Zwemdiploma C gehaald. Wat leert hij nu eigenlijk in het volgende stadium, dat jullie Stage 6 noemen?



Stage 6, vaak het startpunt van de 'zwemvaardigheid'-diploma's, bouwt direct voort op de basisveiligheid van A, B en C. Hier verschuift de aandacht van 'veilig zijn in het water' naar 'vaardig zijn in het water'. Je kind leert nieuwe slagen zoals de samengestelde rugslag en de beginselen van de borst- en rugcrawl. Een groot onderdeel is het leren zwemmen met kleding aan: eerst alleen een shirt, later een complete outfit met schoenen. Dit is een praktische test voor onverwachte situaties. Ook wordt er langer en met meer techniek gezwommen, bijvoorbeeld 50 meter schoolslag en 50 meter enkelvoudige rugslag. Het gaat dus om uithoudingsvermogen, verfijning van de techniek en voorbereiding op ongewone omstandigheden.



Is Stage 6 het laatste wat mijn kind kan leren bij zwemles? Wat komt hierna?



Nee, Stage 6 is zeker niet het eindpunt. Het is de eerste stap in een reeks van Zwemvaardigheidsdiploma's. Na Stage 6 (Zwemvaardigheid 1) kan je kind doorstromen naar Zwemvaardigheid 2 en 3. In deze vervolgstadia worden de zwemslagen verder verfijnd en komen er nieuwe vaardigheden bij, zoals wedstrijdstarts en keerpunten, reddingszwemmen, en langere afstanden zwemmen. Voor kinderen die interesse hebben, zijn er daarna nog specialisaties mogelijk, zoals Snorkelen, Survival of Waterpolo. Stage 6 vormt dus de brede basis waarmee je kind verschillende kanten op kan binnen de zwemsport.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen