Wat zijn de Nationale zwemdiplomas A B en C

Wat zijn de Nationale zwemdiplomas A B en C

Wat zijn de Nationale zwemdiploma's A, B en C?



In Nederland, waar water alomtegenwoordig is, wordt het behalen van zwemdiploma's gezien als een essentieel onderdeel van de opvoeding. Het Nationale Zwemdiploma A, B en C, vaak gezamenlijk aangeduid als het zwem-ABC, vormt de landelijke standaard voor zwemveiligheid. Dit gestandaardiseerde traject, onder de hoede van de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ), garandeert dat iedereen die het volledige traject doorloopt, beschikt over de vaardigheden om zich in veelvoorkomende situaties in en om het water veilig te kunnen redden.



Het zwem-ABC is een geleidelijk opgebouwd leersysteem. Elk diploma stelt hogere eisen en breidt de eerder geleerde vaardigheden uit. Waar diploma A de fundering legt voor het overleven in een zwembad zonder attracties, bereidt diploma B de zwemmer voor op grotere baden met milde stroming of golfslag. Het hoogtepunt, diploma C, wordt ook wel het ‘veiligheidsdiploma’ genoemd en omvat vaardigheden voor open water, onverwachte valpartijen en het zwemmen in kleding met extra weerstand.



Het uiteindelijke doel van deze drie diploma's reikt verder dan alleen baantjes trekken. Het draait om het ontwikkelen van watervrijheid, uithoudingsvermogen, oriëntatie en zelfredzaamheid. Een kind met het complete zwem-ABC beheerst niet alleen schoolslag, rugslag en borstcrawl, maar kan zich ook boven water oriënteren, onder water zwemmen, drijven op buik en rug, en zich verplaatsen in het water met hindernissen. Het is een investering in een leven lang veilig plezier in en om het water.



Wat leer je bij elk zwemdiploma? De opbouw van vaardigheden.



Wat leer je bij elk zwemdiploma? De opbouw van vaardigheden.



De Nationale Zwemdiploma's A, B en C vormen een logische opbouw, waarbij de vaardigheden en het veiligheidsbewustzijn stap voor stap worden uitgebreid. Het is een doorlopende leerlijn van basisveiligheid naar volledige zelfredzaamheid in complexe situaties.



Bij Zwemdiploma A leg je de basis. Je leert drijven op buik en rug, jezelf te oriënteren onder water en eenvoudige zwemslagen: schoolslag, enkelvoudige rugslag en beginnende borst- en rugcrawl. Je zwemt in badkleding, maar ook met kleren aan (een T-shirt, hemd of blouse met korte mouwen en een broek of rok tot op de knieën). Het doel is om je na een onverwachte val in het water veilig naar de kant te kunnen redden. Je beheerst de eerste watertrappel en leert via de kant uit het water klimmen.



Met Zwemdiploma B breid je alle vaardigheden uit en word je sterker. De zwemslagen worden beter en je zwemt langere afstanden. Je oefent met vallen en opduiken in dieper water. Een belangrijke nieuwe vaardigheid is het zwemmen met een lange broek, shirt met lange mouwen en schoenen. Dit maakt het zwemmen zwaarder en bereidt je voor op onverwachte situaties. Je leert verschillende manieren van watertrappelen en je zelfredzaamheid neemt toe, bijvoorbeeld door onder een drijvend voorwerp door te zwemmen.



Zwemdiploma C is het complete diploma voor zelfredzaamheid en veiligheid. Hierbij ga je om met lastige omstandigheden. Je zwemt in complete kleding (lange broek, shirt met lange mouwen, schoenen én een jas). Je leert je te verplaatsen in water met (lichte) golfslag en beperkt zicht. Vaardigheden worden gecombineerd: je springt met kleren aan, doet een koprol voor- en achterover in het water, en leert een drenkeling naar de kant brengen. Je beheerst nu ook de echte borst- en rugcrawl over een langere afstand. Met dit diploma ben je voorbereid op een breed scala aan zwemomgevingen zoals meren, recreatieplassen en de zee.



Waar kan ik mijn kind laten afzwemmen voor een diploma?



Het officiële Nationale Zwemdiploma A, B en C wordt uitsluitend uitgegeven door zwembaden en zwemscholen die zijn aangesloten bij de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ). Dit is de enige garantie dat het examen volgens de landelijk geldende normen wordt afgenomen.



De meest logische en gangbare locatie is de zwemschool of het zwembad waar je kind zijn of haar zwemlessen volgt. De instructeurs kennen de vorderingen en organiseren regelmatig officiële examens. Vraag bij de inschrijving altijd naar de NRZ-erkenning.



Is het niet mogelijk om bij de eigen lesgever af te zwemmen, dan kun je zoeken naar een andere erkende aanbieder. Op de website van de Nationale Raad Zwemveiligheid vind je een officiële zoekfunctie om gecertificeerde zwemleslocaties in jouw regio te vinden. Dit is cruciaal voor een geldig diploma.



Sommige gemeenten of grote zwemcomplexen organiseren ook open inschrijvingen voor diplomazwemmen, waarbij kinderen van buiten hun eigen lesgroep kunnen deelnemen. Informeer hiernaar bij de receptie van zwembaden bij jou in de buurt.



Plan het afzwemmen tijdig en zorg dat je kind voldoende waterervaring en zwemveiligheid heeft opgebouwd voor het betreffende diploma. De examinator, een gediplomeerd zwemonderwijzer, beoordeelt tijdens het examen alle vaardigheden uit het officiële Zwem-ABC.



Hoe ziet een praktijkexamen voor zwemdiploma C eruit?



Hoe ziet een praktijkexamen voor zwemdiploma C eruit?



Het praktijkexamen voor het Zwemdiploma C is het sluitstuk van de Nationale Zwemdiploma's en toont aan dat een kind zich volledig zelfredzaam voelt in een zwembad met attracties, zoals een golfslagbad of wildwaterbaan. Het examen is uitgebreider en veeleisender dan voor diploma A of B.



Het begint met kledingzwemmen. De kandidaat springt gekleed in een lange broek, shirt met lange mouwen en schoenen het water in. Daarna volgt een watertrappelduur van maar liefst drie minuten, waarbij alleen de benen worden gebruikt. Tijdens deze periode moet de kandidaat ook de kleding uittrekken.



Vervolgens demonstreert het kind zijn beheersing door verschillende zwemslagen. Het examen omvat 75 meter schoolslag, 75 meter enkelvoudige rugslag en 75 meter schoolslag met een correcte wissel van richting. Daarnaast wordt 10 meter zwemmen onder water en 5 meter hoekduik naar de bodem getoond.



Een essentieel onderdeel is het overlevingselement. De kandidaat moet vanaf de kant met een hurksprong het water in gaan, gevolgd door 30 seconden drijven op de rug, 30 seconden watertrappelen en zich vervolgens 30 meter verplaatsen met de HELP-houding of met een koprol voorwaarts.



Het examen test ook het oriëntatievermogen. Het kind springt vanaf de startblokken in het water, zwemt direct door naar een mat die op enkele meters afstand in het water ligt en klimt hierop. Tot slot toont de kandidaat zijn uithoudingsvermogen met de 100 meter zwemmen in een zwemslag naar keuze, die vloeiend en ritmisch moet worden uitgevoerd.



Alle onderdelen worden onafgebroken en in diep water uitgevoerd, wat het hoogste niveau van zelfredzaamheid en zwemveiligheid aantoont.



Veelgestelde vragen:













Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen