Wat is het verschil tussen het zwemdiploma A en B

Wat is het verschil tussen het zwemdiploma A en B

Vergelijking Zwemdiploma A en B Wat Leer Je Bij Elk Niveau



Voor ouders die hun kinderen op zwemles doen, kan het zwemdiploma ABC soms een warboel van letters lijken. Het behalen van het A-diploma is een enorme mijlpaal, maar het betekent niet dat het zwemonderwijs daarmee voltooid is. De weg naar zwemveiligheid is een geleidelijk opgebouwd traject, waarbij elk diploma een essentieel onderdeel vormt. De overgang van diploma A naar B is een cruciale stap in dit proces, waarin de basisvaardigheden worden verdiept en uitgebreid.



Het Zwemdiploma A staat bekend als het watervrijheidsdiploma. Hier leert het kind de fundamentele zwemslagen: enkelvoudige rugslag, schoolslag, borstcrawl en rugcrawl. Het gaat echter om meer dan alleen de techniek; het kind leert om te gaan met een onverwachte val in het water, zichzelf veilig naar de kant te bewegen en zich te oriënteren onder water. De nadruk ligt op overleven in een zwembad zonder stroming of grote golfslag.



Het Zwemdiploma B bouwt hier direct op voort en breidt de moeilijkheidsgraad significant uit. Waar bij diploma A nog werd geoefend in badkleding, komt bij het B-diploma de uitdaging van kledingzwemmen kijken. Het kind moet laten zien dat het de geleerde vaardigheden ook kan toepassen met belemmerende kleding aan. Daarnaast worden de afstanden voor elke zwemslag groter, wordt het uithoudingsvermogen verder opgeproept en worden de onderdelen zoals onder water zwemmen en draaien complexer.



Het kernverschil is dus dat diploma A de basisveiligheid biedt in een gecontroleerde omgeving, terwijl diploma B deze veiligheid verstevigt en vergroot onder zwaardere omstandigheden. Het is de tussenstap naar het complete Zwemdiploma C, dat wordt gezien als het paspoort voor veilig plezier in open water. Samen vormen A en B de onmisbare fundamenten voor een leven lang zwemplezier en -veiligheid.



Welke nieuwe zwemslagen leer je voor diploma B?



Voor het zwemdiploma B breid je de basis die je bij diploma A hebt gelegd aanzienlijk uit. Je leert geen compleet nieuwe, andere slagen, maar je verdiept en verfijnt de technieken en combineert ze op nieuwe manieren. Het gaat om meer uithoudingsvermogen, betere coördinatie en beheersing in dieper water.



Een centrale nieuwe vaardigheid is het leren zwemmen met een combinatie van de enkelvoudige rugslag en de schoolslag. Je zwemt een aantal meters enkelvoudige rugslag, gevolgd door een aantal meters schoolslag, en blijft dit afwisselen. Dit traint de overgang tussen slagen en het oriëntatievermogen in het water.



Daarnaast ga je de borstcrawl en rugcrawl, die bij diploma A zijn geïntroduceerd, over een langere afstand uitvoeren. De nadruk ligt op het verbeteren van de techniek, de ademhaling en het ritme. Je zwemt deze slagen voor langere periodes achter elkaar, wat het uithoudingsvermogen ten goede komt.



Ook de beenslag van de borstcrawl wordt een opzichzelfstaande oefening. Je voert deze uit met een plankje, waarbij de focus volledig op de continue, gestroomlijnde beweging van de benen ligt. Dit is essentieel voor een goede crawltechniek.



Ten slotte wordt de rugbeenslag op de rug verder ontwikkeld. Deze slag, die lijkt op de enkelvoudige rugslag maar zonder de armen, wordt langer en met meer controle uitgevoerd. Het doel is een effectieve voortbeweging waarbij het lichaam stabiel en horizontaal in het water ligt.



Hoe veranderen de eisen voor waterveiligheid en survival?



Hoe veranderen de eisen voor waterveiligheid en survival?



De overgang van zwemdiploma A naar B markeert een fundamentele verschuiving: van watervaardigheid in een vertrouwde omgeving naar praktische waterveiligheid en beginnende survival. Bij diploma A ligt de focus op het overwinnen van watervrees en het aanleren van basishoudingen en -slagen in warm, helder zwembadwater.



Bij diploma B veranderen de eisen radicaal. Het water is dieper en het zicht is vaak beperkt, bijvoorbeeld door troebel water. De zwemkleding wordt zwaarder, wat meer weerstand biedt. Hierdoor leer je dat je techniek moet aanpassen aan de omstandigheden. Een belangrijke survival-component is het leren oriënteren en onder water gaan. Je moet bijvoorbeeld door een gat in een verticaal zeil zwemmen, wat nabootst hoe je onder een obstakel door kunt komen.



De survival-eisen worden concreter. Waar je bij A nog drijvend wordt opgepakt, moet je bij B uitdagingen zelfstandig oplossen. Je leert hoe je vanuit een onverwachte val in het water (kleine kleren) terug naar de kant komt. Ook de afstanden worden langer: je zwemt grotere afstanden in je eendje, maar ook in zware kleding. Dit traint uithoudingsvermogen en het vertrouwen dat je, zelfs met belemmerende kleding aan, een veilige plek kunt bereiken.



Kortom, diploma B bouwt voort op de techniek van A, maar plaatst deze in ongunstigere en meer realistische omstandigheden. Het doel verschuift van "blijven drijven en vooruitkomen" naar "je kunnen redden bij onverwachte situaties" en is een cruciale stap naar volledige zelfredzaamheid in water.



Wat moet je kunnen bij het zwemmen in kleding voor diploma B?



Wat moet je kunnen bij het zwemmen in kleding voor diploma B?



Voor het zwemdiploma B moet je laten zien dat je je ook in onverwachte situaties, zoals een onverwachte val in het water, veilig kunt redden. Daarom voer je een aantal onderdelen uit in kleding. De kledingeisen zijn: een lange broek (geen legging), een shirt of blouse met lange mouwen, schoenen (met echte zool, zoals sportschoenen of sandalen) en regen- of jack.



De onderdelen zijn:





  1. Je springt of valt in het water en draait dan direct op je rug. Je blijft 30 seconden drijven op je rug, waarbij je je handen naast je lichaam houdt. Dit toont aan dat je na een val direct tot rust komt en blijft drijven.


  2. Vervolgens zwem je 25 meter schoolslag op je buik. Je moet hierbij door een gat in een verticaal in het water hangend zeil zwemmen. Dit simuleert het zwemmen onder een obstakel door.


  3. Na die 25 meter klim je zelfstandig uit het bad. Dit laat zien dat je een uitgang kunt bereiken en eruit kunt komen.




Belangrijke verschillen met diploma A zijn de langere drijftijd (30 seconden in plaats van 15 seconden), de verplichte schoenen en het zwemmen door het zeil. Het doel is een groter uithoudingsvermogen en betere zelfredzaamheid in zwaarder kleding.



Veelgestelde vragen:













Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen