Are there two versions of the Koran

Are there two versions of the Koran

Bestaan er verschillende versies van de Koran een onderzoek naar tekstuele geschiedenis



De Koran, het heilige boek van de islam, wordt door moslims beschouwd als het onvervalste, eeuwige woord van God, rechtstreeks geopenbaard aan de profeet Mohammed. Een fundamenteel geloofsartikel stelt dat deze openbaring niet alleen in betekenis, maar ook in letterlijke tekst onveranderd is bewaard. Dit idee van een perfecte, eenduidige tekst die sinds de openbaring onaangetast is gebleven, ligt aan de basis van het islamitische geloof en de religieuze praktijk.



Desondanks wijst historisch en manuscriptonderzoek op een complexere vroege geschiedenis. Academische studie toont aan dat er in de eerste eeuwen van de islam verschillende recitatietradities en tekstvarianten (qira'at) in omloop waren. Deze varianten betreffen hoofdzakelijk verschillen in vocalisatie, diakritische punten en soms woordkeuze, die de betekenis subtiel of in zeldzame gevallen significant kunnen beïnvloeden. Ze zijn geen afzonderlijke "versies", maar erkende leeswijzen binnen een kader van een geconsolideerde tekstuele kern.



De derde kalief, Oethman ibn Affan, standaardiseerde rond 650 na Christus een enkele consonante tekst (rasm) om toenemende meningsverschillen te bezweren. De bekende Hafs- en Warsh-recitaties, die vandaag in verschillende regio's worden gebruikt, zijn latere ontwikkelingen van dit Oethmaanse rasm. Het debat draait dus niet om het bestaan van twee volledig afwijkende boeken, maar om de interpretatie van deze historische feiten: bevestigen de qira'at de goddelijke bewaring van een flexibele recitatie, of onthullen ze een proces van tekstuele consolidatie?



Zijn er twee versies van de Koran?



De vraag of er twee versies van de Koran bestaan, verwijst vaak naar het historische verhaal over de verzameling van de openbaringen. Het korte antwoord vanuit het orthodox-islamitische standpunt is: nee, er is slechts één Koran. De tekst die wereldwijd door moslims wordt gereciteerd, is identiek.



De verwarring ontstaat rond de vroege geschiedenis. Na het overlijden van de Profeet Mohammed, werden de verzen, die mondeling en op verschillende materialen waren bewaard, verzameld in één officieel mushaf (boek). Deze eerste verzameling werd bewaard bij de kalief Abu Bakr.



Tijdens het kalifaat van Oethman ibn Affan ontstonden kleine verschillen in uitspraak door de diverse Arabische dialecten. Om eenheid te bewaren, vormde Oethman een commissie. Zij baseerden zich op het manuscript van Abu Bakr en stelden één gezaghebbende versie samen. Oude, persoonlijke kopieën die afweken, werden vervolgens vernietigd om toekomstige conflicten te voorkomen.



Dit leidde tot het verhaal van "twee versies": de zogenaamde codex van Ibn Mas'oed en de officiële codex van Oethman. Ibn Mas'oed, een metgezel, had een persoonlijke verzameling die in volgorde van soera's en in enkele lezingen kon verschillen, maar niet in de essentiële boodschap. De uiteindelijke, gestandaardiseerde Oethmaanse codex werd de universele standaard.



Belangrijk is dat de zeven erkende qira'at (manieren van reciteren) vandaag geen verschillende versies zijn, maar geautoriseerde variaties in uitspraak, vocalisatie en soms grammatica. Zij zijn allemaal gebaseerd op hetzelfde Oethmaanse rasm (medeklinkerskelet) en vullen elkaar aan. Zij bevestigen de authenticiteit en het zorgvuldige behoud van de ene Koran.



Het onderscheid tussen de Hafs- en Warsh-recitatiewijze



De vraag naar twee versies van de Koran vereist een belangrijk onderscheid: er is één geschreven tekst (de musḥaf), maar meerdere authentieke manieren (qirā'āt) om deze te reciteren. Twee van de meest wijdverspreide recitatiewijzen zijn Hafs en Warsh. Dit zijn geen verschillende "versies", maar varianten in uitspraak, spelling en soms grammatica die teruggaan op de Profeet Mohammed.



De oorsprong van deze verschillen ligt in de zeven letters (ahruf) waarop de Koran is geopenbaard. De recitatiewijzen bewaren deze legitieme variatie.



Historische oorsprong en verspreiding





  • Hafs: Overgeleverd door Hafs ibn Sulayman (overleden 796) van zijn leraar, de geleerde Asim van Koefa. Deze keten (isnad) is de basis.


  • Warsh: Overgeleverd door Warsh (overleden 812) van zijn leraar, de geleerde Nafi' van Medina. Dit is een andere authentieke keten.




Geografische verspreiding:





  • Hafs is dominant in de Arabische wereld, het Midden-Oosten, Turkije, Zuid- en Zuidoost-Azië.


  • Warsh is traditioneel de standaard in grote delen van Noord- en West-Afrika (bv. Marokko, Algerije, delen van West-Afrika), en was vroeger ook gebruikelijk in Soedan.




Praktische verschillen in de tekst



Praktische verschillen in de tekst



De verschillen zijn systematisch en beïnvloeden de geschreven tekst (rasm) in de officiële uitgaven voor elke wijze. Enkele categorieën:





  1. Uitspraak en verlenging (madd):



    • In Hafs wordt de verlenging vaak langer aangehouden dan in Warsh.






  2. Toevoeging of weglating van de medeklinker alif (ا):

  3. Voorbeeld in soera Al-Fatiha, vers 3: Hafs leest "māliki" (مَالِكِ), Warsh leest "maliki" (مَلِكِ). Beide betekenen "Koning/Eigenaar van de Dag des Oordeels".




  4. Verschil in klinkers en grammaticale eindletters (i'rab):

  5. Voorbeeld in soera Al-Baqara, vers 132: Hafs leest "wa-waṣṣā" (وَوَصَّى), Warsh leest "awṣā" (أَوْصَى). Beide werkwoorden betekenen "hij legde op/gebood".




  6. Verschil in bepaalde woorden (kalimaat):

  7. Voorbeeld in soera At-Tawba, vers 100: Hafs leest "minhum" (مِنْهُم), Warsh leest "minhumu" (مِنْهُمُ) met een extra damma.






Betekenis en theologische implicatie



Deze verschillen leiden vrijwel nooit tot tegenstrijdige betekenissen. Integendeel, ze vullen elkaar vaak aan of benadrukken een andere nuance van dezelfde boodschap. De islamitische geleerdheid ziet deze verscheidenheid als een genade (rahma) en een bewijs van de flexibiliteit en authenticiteit van de Koranische overlevering. Beide recitatiewijzen zijn even geldig en aanvaard in de aanbidding, zoals het gebed.



Concluderend zijn Hafs en Warsh twee authentieke en complete recitatietradities van één en dezelfde Koran. De keuze ervoor is voornamelijk historisch en regionaal bepaald, niet theologisch.



Verschillen in uitspraak en kleine tekstuele varianten



Verschillen in uitspraak en kleine tekstuele varianten



Een fundamenteel onderscheid binnen de studie van Koran-varianten is dat tussen qira'at (recitatiewijzen) en ahruf (letterlijke varianten). De zeven of tien canonieke qira'at zijn goedgekeurde systemen voor uitspraak, grammatica en soms woordkeuze, die teruggaan op betrouwbare ketens van overdracht (isnad).



Deze varianten ontstonden in de vroege islamitische wereld door natuurlijke verschillen in Arabische dialecten en de originele, medinische tekstschrift dat klinkers en bepaalde medeklinkers niet vastlegde. Voorbeelden zijn de toevoeging van een klinker, het verschil tussen een lange of korte 'a', of het gebruik van synoniemen zoals "wa'id" (dreig) versus "ittaqū" (vrees) in soera 2:19. Deze verschillen veranderen de betekenis niet wezenlijk, maar verrijken de interpretatie.



Daarnaast bestaan er marginale tekstuele varianten (ahruf) in historische manuscripten, zoals het weglaten of toevoegen van het voegwoord "wa" (en), of kleine spellingsverschillen. Deze worden beschouwd als onderdeel van de oorspronkelijke openbaring die via verschillende metgezellen is overgeleverd. Geen enkele variant tast de kernleer aan.



De standaardisatie onder kalief Uthman (r. 644-656) beoogde niet alle recitatievarianten uit te wissen, maar een uniforme medinische rasm (medeklinkerskelet) vast te stellen waarop de erkende qira'at konden worden gebaseerd. De huidige dominante tekst, de Caïro-editie van 1924, volgt grotendeels de recitatie van Hafs van Asim.



De historische context van de verzameling van de Koran



De Koran openbaarde zich niet als een compleet boek, maar als een reeks openbaringen aan de profeet Mohammed over een periode van ongeveer 23 jaar (610-632 n.Chr.). Deze openbaringen, in het Arabisch van zijn tijd, werden mondeling gereciteerd en door zijn metgezellen uit het hoofd geleerd. Sommige fragmenten werden ook opgeschreven op beschikbare materialen zoals palmbladeren, stukken leer, botten en platte stenen.



De dood van de profeet in 632 liet de gemeenschap achter zonder de levende bron van de openbaring. Tijdens de Slag bij Yamama (633) vielen veel van degenen die de Koran uit hun hoofd kenden. Dit leidde tot de directe noodzaak om de openbaringen te verzamelen en te bewaren. De eerste kalief, Abu Bakr, gaf de opdracht tot deze verzameling. Zaid ibn Thabit, een vertrouwde schrijver van de openbaringen, kreeg de taak om alle geschreven fragmenten te verzamelen en deze te verifiëren met de getuigenis van ten minste twee betrouwbare personen die de verzen uit hun hoofd kenden.



Het resultaat was een eerste geschreven compilatie (mushaf), die in bewaring werd gegeven bij Hafsa, een vrouw van de profeet en dochter van de tweede kalief, Omar. Onder het kalifaat van Oethman (644-656) ontstonden er echter verschillen in uitspraak en recitatie, vooral in de zich snel uitbreidende islamitische wereld. Om eenheid te bewaren, vormde Oethman een commissie, opnieuw onder leiding van Zaid ibn Thabit, om een gezaghebbende, uniforme versie te creëren op basis van de compilatie van Abu Bakr.



Deze commissie stelde één enkele tekst vast volgens het dialect van de Qoeraisj, de stam van Mohammed. Alle afwijkende geschreven verzamelingen werden vervolgens, volgens de historische overleveringen, vernietigd om verdeeldheid te voorkomen. Exacte kopieën van deze Oethmaanse codex werden naar de belangrijkste provinciehoofdsteden gestuurd. Deze standaardisatie onder Oethman is de cruciale historische gebeurtenis die leidde tot de ene, uniforme tekst van de Koran zoals die vandaag bekend is.



De wetenschap van de Koranrecitatie (qira'at) erkent wel verschillende manieren van voordracht, gebaseerd op authentieke overleveringen van de profeet. Deze varianten betreffen voornamelijk uitspraak, vocalisatie en soms minimale grammaticale verschillen, maar veranderen nooit de fundamentele betekenis van de tekst. Ze zijn een onderdeel van de levende traditie en vallen binnen de raamwerk van de unanieme Oethmaanse tekst.



Invloed op de betekenis en de praktijk van het reciteren



De discussie over tekstuele varianten (qira'at) raakt direct de kern van de islamitische traditie: de recitatie (tilawa) van de Koran. Deze recitatie is een fundamentele religieuze daad, zowel in het gebed als in de devotie. De canonieke varianten, goedgekeurd door de geleerde traditie, zijn geen fouten maar bewust bewaarde, goddelijk geautoriseerde verschillen in uitspraak, grammatica en soms woordkeuze.



Deze qira'at beïnvloeden de betekenis op subtiele, maar soms significante wijze. Een voorbeeld is de recitatie van het woord malik (koning) versus maalik (eigenaar) in soera Al-Fatiha. De eerste variant benadrukt soevereiniteit, de tweede bezit en controle over de Dag des Oordeels. Beide betekenissen worden als geldig en complementair beschouwd, waardoor de theologische diepgang wordt verrijkt zonder de tekst zelf tegen te spreken.



De praktijk van het reciteren wordt hierdoor een discipline van grote precisie en overlevering (isnad). Een recitator (qari) beheerst niet slechts één lezing, maar volgt een specifieke, doorgegeven keten van autoriteiten terug naar de Profeet. De keuze voor een bepaalde qira'a bepaalt de uitspraakregels (tajwid) en het ritme van de voordracht. Dit heeft geleid tot een levend en divers erfgoed van recitatiestijlen over de islamitische wereld, elk geworteld in een erkende canonieke variant.



Critici van buiten de traditie zien hierin soms tegenstrijdigheid. Van binnenuit versterkt het echter het idee van de veelzijdigheid van de openbaring. Het stelt de gemeenschap in staat de Koran in zeven (of tien) "vormen" te reciteren, zoals overgeleverd, wat de toegankelijkheid in de vroege Arabische dialecten vergrootte. De eenheid van de Koran ligt dus niet in een uniforme, mechanische tekstuele replicatie, maar in een dynamische, mondeling overgeleverde praktijk die binnen vastgestelde grenzen variatie omarmt.



Concluderend beïnvloeden de varianten de betekenis door een spectrum van interpretatieve nuances aan te reiken die door de geleerden worden verkend. Zij bepalen de praktijk door een rigoureus kader voor recitatie te scheppen, waarbij authenticiteit niet synoniem is met uniformiteit, maar met trouw aan een specifieke, geautoriseerde overleveringsketen.



Veelgestelde vragen:



Bestaan er verschillende versies van de Koran, zoals bij de Bijbel?



Dit is een veelgestelde vraag. Het antwoord is genuanceerd. Er bestaat één vastgestelde, schriftelijke tekst van de Koran, de 'Mushaf'. Dit is de versie die wereldwijd door moslims wordt gebruikt. Wel zijn er kleine variaties in de recitatie (Qira'at). Deze verschillen gaan meestal over uitspraak, lengte van klinkers of grammaticale vervoegingen, en veranderen nooit de fundamentele betekenis van de tekst. Ze zijn historisch erkend en terug te voeren op de tijd van de Profeet Mohammed. In die zin zijn er geen verschillende 'versies' zoals verschillende evangeliën in het Nieuwe Testament, maar wel verschillende, geautoriseerde manieren van voordracht.



Ik hoorde over de Sana'a-handschriften. Bewijzen die dat de Koran is veranderd?



De Sana'a-manuscripten, gevonden in Jemen, zijn een belangrijke vondst. Ze bevatten onder een latere tekst een oudere, gedeeltelijk gewiste laag (een palimpsest). Wetenschappelijke analyse toont dat de hoofdtekst voor meer dan 99% overeenkomt met de huidige Koran. De verschillen zijn voornamelijk orthografisch (spelling) en in enkele woordkeuzes, waarbij de betekenis gelijk blijft. Het oudere fragment vertoont een iets andere volgorde van enkele hoofdstukken. Deze vondst bevestigt vooral de vroege schriftelijke vastlegging en de zorgvuldige overdracht van de tekst, niet een fundamentele wijziging van de inhoud.



Waarom zijn er verschillende recitaties (Qira'at) toegestaan als de Koran één is?



De verschillende recitaties zijn een bewust en geïntegreerd onderdeel van de Koranische overlevering. Ten tijde van de Profeet Mohammed werd de Koran in zeven dialecten van het Arabisch geopenbaard om het verschillende stammen gemakkelijker te maken te leren en te reciteren. Deze varianten werden mondeling en later schriftelijk bewaard. Elke erkende Qira'a heeft een doorlopende, geauthentiseerde keten van overleveraars teruggaand tot de Profeet. Ze vormen samen de complete manier waarop de openbaring is ontvangen. Het is een rijkdom die de flexibiliteit en nauwkeurigheid van de overdracht benadrukt.



Heeft kalief Uthman eerdere versies van de Koran vernietigd om één versie op te leggen?



Kalief Uthman ibn Affan standaardiseerde de schriftelijke tekst in de jaren 650 na Christus, ongeveer twintig jaar na het overlijden van de Profeet. Er circuleerden toen geschreven fragmenten onder de metgezellen, aangevuld met mondelinge recitatie. Uthman liet een gezaghebbende commissie één enkele schriftelijke versie (codex) samenstellen op basis van de verzameling die bij Hafsa, een weduwe van de Profeet, werd bewaard. Kopieën werden naar grote steden gestuurd. De overige persoonlijke compilaties, die soms incomplete of persoonlijke notities bevatten, liet hij vernietigen om toekomstige conflicten over de tekst te voorkomen. Dit wordt door de islamitische traditie gezien als een consolidering, niet als een censuur, omdat de hoofdtekst al wijdverspreid en gememoriseerd was.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen